En opeens is het twee jaar later

De dijk achter ons huis op 3 juni 2021

In juli 2019 had ik een hersenoperatie.

En opeens is het twee jaar later. Twee jaar waarin ik met vallen en opstaan ben gekomen waar ik nu ben. Ik werk weer en heb ook in het tweede jaar na mijn operatie nog winst geboekt in wat ik fysiek aankan. Fietsen met elektrische ondersteuning is een uitkomst en we gaan ook dit jaar weer op fietsvakantie. Het lopen ging het afgelopen jaar ook steeds beter. Ik loop nu redelijk makkelijk en ook op wat geaccidenteerder terrein kan ik met mijn wandelstokken uit de voeten. Hardlopen kan ik niet meer, maar gelukkig was dat nooit mijn hobby. Op 13 juni deed ik mee aan de Vestingloop in Den Bosch en wandelde ik 10 kilometer. De warme ontvangst van Ankie bij de finish en de bijbehorende medaille maakten mij blij.

Hoewel het lopen dus goed gaat, word ik toch iedere ochtend wakker met een naar gevoel in mijn benen. Ook lijkt het bij de eerste passen altijd weer alsof ik opnieuw moet leren lopen. Die fysieke beperking aan mijn benen heeft eigenlijk niks met het hersenletsel te maken, maar puur met de buikligging tijdens de operatie waardoor er zenuwen zijn afgeklemd. Vanaf dag 1 heb ik de keuze gemaakt om me te richten op mijn herstel en dit te zien als collateral damage, maar de laatste tijd ontwikkel ik toch wat boosheid. Hier moet ik dus nog iets mee.

De laatste hersenscan had ik in december en die liet zien dat de hersentumor niet meer aanwezig is. In die zin is de operatie dus wel goed gegaan.

Vorige week had ik een eindgesprek met mijn revalidatiearts van revalidatiecentrum de Tolbrug. Ik ben daar goed geholpen en ik was ook zeer te spreken over de nazorg. Met haar besprak ik niet alleen mijn lichamelijk herstel, maar ook en vooral de psychische kant van het verhaal. Ik heb dit voorjaar te maken gehad met een flinke mentale terugslag.

Ik voel me inmiddels weer stukken beter, maar heb ook besloten hulp te zoeken bij de organisatie Hersenz. Na de zomervakantie krijg ik een ambulant begeleider. Hoewel ik weer gewoon werk, ben ik toch niet helemaal tevreden over mijn eigen functioneren. Ik vind het soms moeilijk om me te concentreren, haak in gesprekken soms af en denk nog erg vaak aan hoe mijn leven vroeger was en hoe het nu is. Ook vind ik mezelf vaak initiatief loos en wat apathisch. En het is natuurlijk erg logisch dat je na zo’n ingrijpende gebeurtenis in eerste instantie heel erg bezig bent met je lichamelijk herstel en dat het geestelijk herstel er een beetje achteraan hobbelt. Ik denk dus dat het daar nu tijd voor is.

Dit blog hou ik bijna niet meer bij. Er was een tijd dat ik er erg intensief mee bezig was. Misschien komt dat weer, misschien ook niet.

Eerst maar eens op vakantie samen. Ik heb daar erg veel zin in.

Nutteloze statistiek over Mark Cavendish

Marc Cavendish wint de tweede etappe in de Ronde van Turkije

De nutteloze statistiek over de sprinter Mark Cavendish was blijkbaar nog niet af. Na 1159 dagen zonder individuele overwinningen wist hij de tweede etappe in de Ronde van Turkije te winnen. En het bleef niet bij die ene zege. Want een dag later won hij ook de derde etappe en weer een dag later zelfs de vierde etappe.

Cavendish won na 2018 niet meer, in 2015 had hij voor het laatst twee etappes achter elkaar gewonnen en in 2013 voor het laatst drie etappes.

Mark Cavendish was ooit een veelwinnaar. In de Tour de France won hij maar liefst 30 etappes en ook in de Rondes van Italië en Spanje was hij succesvol met respectievelijk 17 en 4 overwinningen. Voorts won hij 3x de Scheldeprijs en 2x Kuurne-Brussel-Kuurne.

Zijn grootste overwinningen boekte hij in een vorig leven. In 2011 werd hij wereldkampioen op de weg en in 2009 won hij de klassieker Milaan-San Remo.

Meer nutteloze statistiek over Mark Cavendish.

In 2019 begon ik met mijn rubriek Nutteloze Statistiek: nutteloze wetenswaardigheden over mijn liefhebberij wielrennen. In de maand voor mijn hersenoperatie ontspoorde ik volledig en schreef ik meerdere stukjes per dag. Nu is de rubriek terug, want Nutteloze Statistiek blijft leuk.

Abu en Um Bakr

Abu Bakr praatte graag over zichzelf en hij moest daar altijd hartelijk om lachen.

When I come to Holland and I walk with you through the streets everybody will say: Who is walking there next to Abu Bakr.

Ik hoorde het zinnetje iedere drie weken. Via zijn zoon, die werkte als taxichauffeur en ook wat handelde in geestverruimende middelen, had ik hem leren kennen. Voor , ik geloof, 20 Egyptische Pond p.p. kwam hij mijn groep Nederlandse toeristen iedere drie weken aan het eind van de middag ophalen in ons luxe hotel in Luxor.

We reden het platteland op. Mijn groep bestond meestal uit zo’n 20 toeristen en die werden verdeeld over twee pick-up trucks. Die rit was al een ervaring op zich.

Op het platteland zagen we een waterrad in bedrijf en het was een attractie als de Nederlandse toeristen dit werk even overnamen van de os of de ezel. We zagen de irrigatiekanaaltjes, braken suikerriet en mais, proefden wat bananen en natuurlijk waren er tientallen kinderen. Abu Bakr presenteerde zich als een soort grootgrondbezitter: hij deed net of het land van hem was. In werkelijkheid was Abu Bakr gepensioneerd ambtenaar die een paar woorden Engels sprak en wist hoe je geld kon verdienen aan een paar toeristen.

We kregen een flesje koude cola en reden vervolgens in de pick up truck verder naar zijn huis in het dorpje Al Bahadiya. Daar hadden zijn vrouw en dochters een heerlijke avondmaaltijd klaargemaakt. Voor het huis was een afdak en we zaten aan een lange tafel op gammele banken. Het water konden we veilig drinken, het kwam uit een waterput op het erf van het huis, waar ook wat kippen en kalkoenen scharrelden. Abu Bakr liep ondertussen grijnzend rond, hij moest iedere keer weer lachen om zijn eigen grappen.

Als onderdeel van de excursie mochten de vrouwen van de groep altijd even naar binnen om een kijkje te nemen in het lemen huis. Als reisbegeleider mocht ik dat ook. Want Abu Bakr mocht dan de baas spelen, uiteindelijk moest ik het van te voren bij mijn klanten opgehaalde geld natuurlijk gewoon aan zijn vrouw, Um Bakr, betalen. Ze bedankte me altijd met een kus op mijn wang.

In die tijd verdiende ik veel geld met allerlei excursies en commerciële activiteiten, maar aan de excursie naar het huis van Abu en Um Bakr heb ik nooit een stuiver verdiend.

Het was gewoon iedere keer weer leuk en ik kijk er met plezier op terug.

In het Arabisch betekent Abu de vader van. Um betekent de moeder van.

Over mijn reisleiderstijd schreef ik inmiddels zeven korte verhaaltjes. Op mijn website zijn ze te vinden in de rubriek Egypte.

Nutteloze statistiek over Marc Gomez

Statistiek kan nuttig zijn. Nutteloze statistiek is leuker. Vorig jaar schreef ik al een Nutteloze statistiek over Milan-San Remo. (Hier). Ook schreef ik al over de eerste Nederlandse winnaar van deze lentekoers: Arie den Hartog. (Hier)

Nutteloze statistiek hoeft niet lang te zijn, zeker niet als deze gaat over een wielrenner die bijna nooit won.

Marc Gomez was een Franse wielrenner met een Spaanse naam. Hij was als professional actief van 1982 tot 1989. Hij zegevierde in een aantal onbeduidende wedstrijden, werd in 1983 Frans kampioen en wist ook een drietal etappes in de Ronde van Spanje te winnen.

Maar zijn grootste succes boekte de bebrilde Fransman als neo-prof op 20 maart 1982. Hij won La Primavera: Milaan-San Remo. Op die dag maakte hij als totaal onbekende coureur deel uit van een vroege kopgroep. Uiteindelijk bleef hij alleen over met zijn landgenoot Alain Bondue, maar die viel bovenop de Poggio en Marc Gomez kon vervolgens onbedreigd winnen.

De favorieten voor die dag hadden te lang naar elkaar gekeken en de achtervolging te laat ingezet. Moreno Argentin kwam op 2 minuten en 1 seconde over de streep als no. 3. Hij werd 10 jaar later nog een keer tweede, maar zou Milaan-San Remo nooit winnen.

Marc Gomez reed Milaan-San Remo ook nog in 1983, 1985, 1987 en 1989. Hij werd toen achtereenvolgens 103e, 58e, 52e en 97e.

Of Marc Gomez nog steeds een bril draagt is mij onbekend.

PRIJSVRAAG:

Hoeveel oud-winnaars vind je terug in de uitslag van 1982?

1. Marc GOMEZ (Fra) in 7h 04'12"
2. Alain Bondue (Fra) à 10"
3. Moreno Argentin (Ita) à 2'01"
4. Francesco Moser (Ita)
5. Tommy Prim (Sue)
6. Claudio Bortolotto (Ita)
7. Silvano Contini (Ita)
8. Patrick Versluys (Bel) à 2'42"
9. Léo Van Vliet (Hol) à 3'35"
10. Walter Della-Case (Ita)
11. Vittorio Algeri (Ita) à 4'18"
12. Jean-Marie Wampers (Bel)
13. Roger De Vlaeminck (Bel) à 4'30"
14. Jan Raas (Hol)
15. Fons De Wolf (Bel)
16. Jan Bogaert (Bel)
17. Greg LeMond (Usa)
18. Eddy Planckaert (Bel)
19. Noel Dejonckheere (Bel)
20. Giuseppe Martinelli (Ita)
21. Luciano Rabottini (Ita)
22. Leonardo Bevilacqua (Ita)
23. Hubert Seiz (Sui)
24. Pascal Guyot (Fra)
25. Faustino Ruperez (Esp)
26. Gregor Braun (Ger)
27. Sean Kelly (Eir)
28. Theo De Rooy (Hol)
29. Orlando Maini (Ita)
30. Hennie Kuiper (Hol)
31. Fridolin Keller (Sui)
32. Gerry Verlinden (Bel)
33. Charly Bérard (Fra)
34. Jean-Philippe Vandenbrande (Bel)
35. Gerrie Knetemann (Hol)
36. Alfio Vandi (Ita)
37. Rudy Pevenage (Bel)
38. Jose-Enrique Cima (Esp)
39. Dante Morandi (Ita)
40. Alain Vigneron (Fra)
41. Isidro Juarez (Esp)
42. Jean-Luc Vandenbroucke (Bel)
43. Benny Van Brabant (Bel)
44. Gody Schmutz (Sui)
45. Eddy Schepers (Bel)
46. Paolo Rosola (Ita)
47. Marcel Russenberger (Sui)
48. Daniel Willems (Bel) 
49. Erwin Lienhard (Sui)
50. Joseph Jacobs (Bel)
51. Henk Lubberding (Hol)
52. Beat Breu (Sui)
53. Wladimiro Panizza (Ita)
54. Claudio Torelli (Ita)
55. Bruno Leali (Ita)
56. Palmiro Masciarelli (Ita)
57. Roberto Ceruti (Ita)
58. Jacques Bossis (Fra) à 5'05"
59. Salvatore Maccali (Ita)
60. Marc Sergeant (Bel)
61. Adri Van der Poel (Hol)
62. Ludwig Wijnants (Bel)
63. Peter Zijerveld (Hol) à 7'15"
64. Cédric Rossier (Fra) à 7'21"
65. Claudio Corti (Ita) à 7'38"
66. Etienne De Beule (Bel)
67. Piero Ghibaudo (Ita)
68. Valerio Piva (Ita)
69. Jan Van Houwelingen (Hol)
70. Valerio Lualdi (Ita)
71. Urs Freuler (Sui)
72. Corrado Donadio (Ita)
73. Marino Amadori (Ita)
74. Antonio Ferretti (Sui)
75. Daniel Gisiger (Sui)
76. Werner De Vos (Bel)
77. Daniele Antinori (Ita) à 8'10"
78. Roberto Bressan (Ita) à 9'38"
79. Mauro Angelucci (Ita) à 20'05"
80. Juan-Carlos Alonso (Esp)
81. Bert Pronk (Hol)

In 2019 begon ik met mijn rubriek Nutteloze Statistiek: nutteloze wetenswaardigheden over mijn liefhebberij wielrennen. In de maand voor mijn hersenoperatie ontspoorde ik volledig en schreef ik meerdere stukjes per dag. Nu is de rubriek terug, want Nutteloze Statistiek blijft leuk.

Nutteloze statistiek over de Strade Bianche van 2021

De Strade Bianche is in korte tijd uitgegroeid tot één van de favoriete wielerkoersen. Zaterdag 6 maart staat pas de 15e editie op het programma. De vorige editie zou worden verreden op 7 maart 2020 maar het Corona-virus gooide roet in het eten. Uiteindelijk ging men op 1 augustus van start over de witte weggetjes in Toscane. Het was toen bloedheet. Wout van Aert won en ik schreef er toen al een nutteloze statistiek over. (hier te lezen)

De wedstrijd volgt morgen exact hetzelfde parcours als vorig jaar. Dat betekent dat er 184 kilometer op het programma staan. Maar liefst 63 kilometer daarvan is onverhard.

Settore Sterrato 1: Vidritta (2,1 kilometer lang) – na 17,6 km
Settore Sterrato 2: Bagnaia (5,8 kilometer lang) – na 25 km
Settore Sterrato 3: Radi (4,4 kilometer lang) – na 36,9 km
Settore Sterrato 4: La Piana (5,5 kilometer lang) – na 47,6 km
Settore Sterrato 5: Lucignano d’Asso (11,9 kilometer lang) – na 75,8 km
Settore Sterrato 6: Pieve a Santi (8 kilometer lang) – na 88,7 km
Settore Sterrato 7: San Martino in Grania (9,5 kilometer) – na 111,7 km
Settore Sterrato 8: Monte Sante Marie (11,5 kilometer lang) – na 130 km
Settore Sterrato 9: Monteaperti (0,8 kilometer lang) – na 160 km
Settore Sterrato 10: Colle Pinzuto (2,4 kilometer lang) – na 164,6 km
Settore Sterrato 11: Le Tolfe (1,1 kilometer lang) – na 171 km
Totaal onverharde stroken: 63 kilometer

Strook 5 en 6 gaan vrijwel direct in elkaar over. Strook 5 is met 11,9 kilometer de langste strook gevolgd door strook 8 (11,5 kilometer). Deze strook heet sinds een aantal jaar de Settore Fabian Cancellara naar de enige renner die de koers drie keer wist te winnen.

In de laatste kilometers gaat het nog even stevig omhoog tot wel 16%.

Er staan 168 renners aan de start verdeeld over 24 ploegen van 7 coureurs. Onder hen 10 Nederlanders.

In 2019 begon ik met mijn rubriek Nutteloze Statistiek: nutteloze wetenswaardigheden over mijn liefhebberij wielrennen. In de maand voor mijn hersenoperatie ontspoorde ik volledig en schreef ik meerdere stukjes per dag. Nu is de rubriek terug, want Nutteloze Statistiek blijft leuk. Een volgende editie zal verschijnen rond Milano-San Remo, la Primavera.

Voor suggesties over leuke Nutteloze Statistiek hou ik me van harte aanbevolen.

Nutteloze statistiek over de Omloop

Natuurlijk is er al gekoerst in Frankrijk, Spanje en de Verenigde Arabische Emiraten. Maar de Omloop het Nieuwsblad is de eerste echte wielerwedstrijd van het jaar.

De omloop kent op 27 februari 2021 maar liefst 13 hellingen en 9 kasseistroken. De koers telt 200,5 kilometer en er wordt gereden van Gent naar Ninove.

De wedstrijd werd in 1945 voor het eerst georganiseerd en gewonnen door de Belg Jean Bogaerts. Het is een echte Belgische koers want pas in 1959 won een niet-Belg de omloop en wel de Ier Seamus Elliot. In totaal stond er 56 keer een Belg op het hoogste ereschavot en 16 keer een niet-Belg. Onder hen 4 Nederlanders: Jo de Roo (1966), Jan Raas (1981), Teun van Vliet (1987) en Sebastiaan Langeveld (2011). 3 renners wonnen de wedstrijd 3 keer en wel de Belgen Ernest Sterckx, Joseph Bruyere en Peter van Petegem. In 2020 was de Omloop een van de laatste wedstrijden voor de Corona-crisis. In 1960, 1986 en 2004 werd de wedstrijd niet verreden. In 2004 was dat vanwege de sneeuw.

In de eerste twee jaren sprak men overigens nog over de Omloop van Vlaanderen, maar er was wat naamsverwarring met de Ronde van Vlaanderen. Daarom heette de koers vanaf 1947 de Omloop het Volk. Deze krant werd in 2008 overgenomen door het Nieuwsblad en daarmee veranderde ook de naam van de koers.

In 2019 begon ik met mijn rubriek Nutteloze Statistiek: nutteloze wetenswaardigheden over mijn liefhebberij wielrennen. In de maand voor mijn hersenoperatie ontspoorde ik volledig en schreef ik meerdere stukjes per dag. Nu is de rubriek terug, want Nutteloze Statistiek blijft leuk.

Hieronder nog meer nutteloze statistiek (voor de liefhebbers) over de Omloop het Nieuwsblad.

DE 13 HELLINGEN:

1. Leberg (na 49,4 km)

950 meter, 4.2% gemiddeld en 13.8% max stijgingspercentage

2. Den Ast (na 76,4 km)

450m, 5,5% gem., 11% max.

3. Katteberg (na 98,3 km)

600m, 6% gem., 8% max.

4. Leberg (na 11,7km)

950m, 4.2% gem., 13.8% max.

5. Hostellerie (na 127,5 km)

1.300m, 4,5% gem., 8.3% max.

6. Valkenberg (na 136,7 km)

540m, 8.1% gem., 12.8% max.

7. Wolvenberg (na 148km)

645m, 7% gem., 17.3% max.

8. Molenberg (na 158 km)

463m, 7% gem., 12% max.

9. Leberg (na 165,5 km)

950m, 4.2% gem., 13.8% max.

10. Berendries (na 169,5 km)

940m, 7% gem., 12,3% max.

11. Elverenberg-Vossenhol (na 172 km)

1.268m, 3.6% gem., 9% max.

12. Muur-Kapelmuur (na 183,8 km)

475m, 9.3% gem, 19.8% max

13. Bosberg (na 187,7 km)

980m, 5.8% gem., 11% max.

DE 9 KASSEISTROKEN:

1. Haaghoek (na 46,6 km)

2.000m

2. Huisepontweg (na 70,7km)

1.800m

3. Holleweg (na 102,9 km)

1.500m

4. Haaghoek (na 108,6km)

2.000m

5. Paddestraat (na 117,8 km)

2.300m

6. Holleweg (na 148,1 km)

1.500m

7. Karel Martelstraat (na 149,3 km)

2.400m

8. Jagerij (na 151,7 km)

800m

9. Haaghoek (na 162,4 km)

2.000m

Welkom!

De eerste handdruk ooit vastgelegd tussen de koningen van het Assyrische Rijk en Babylonië.

Vroeger was het zo gewoon om iemand anders de hand te schudden en ik las dat het al ver voor het begin van onze jaartelling werd gedaan.

In 1994 stond ik voor het eerst voor de klas en als vanzelf gaf ik alle leerlingen één voor één een hand. Het is een ritueel dat ik bleef herhalen met alle leerlingen, niet iedere les, maar wel na iedere vakantie. Sommige leerlingen vonden het misschien wel vreemd, de meeste docenten doen zo iets niet, maar voor mij was het niet meer dan normaal. Een hand stond in  mijn ogen symbool voor vriendelijkheid en genegenheid.

Met een hand kon je jezelf ook laten zien. Toen ik ergens in het begin van deze eeuw op het MBO les gaf over solliciteren was de handdruk zelfs een onderwerp. Leerlingen stonden in twee lange rijen tegenover elkaar en gaven elkaar de hand. Daarna draaide de ene rij door, terwijl de andere rij bleef staan. Zo ervaarden leerlingen aan den lijve dat een handdruk niet te slap, maar ook niet te stevig moest zijn.

In 2019, ik werkte toen als decaan, werd ik voor het eerst echt geconfronteerd met een cursiste die mij geen hand wilde geven. Ik was oprecht geraakt. Toch kwam ik er toen achter dat ik ook zonder handdruk een professionele relatie met iemand op kon bouwen.

En toen kwam Corona en was een handdruk echt uit den boze. Als docent moest ik nadenken over een nieuw ritueel bij de begroeting van mijn leerlingen. Een elleboogje vond ik iets te jolig en ook bij de boks voelde ik me niet senang. Ik experimenteerde met de salaam-alaikum-groet. Hierbij hou je je hand voor je hart. Ik las ook over de kapkun ka/kap versie (handen tegen elkaar en een minibuiging) en de konnichwa (knik) en merkte dat mijn voorkeur meer en meer uitging naar die salaam-alaikum groet.

Tijdens de tweede lockdown gingen we weer online les geven. Ik moest weer op zoek naar een nieuw welkomstritueel en ik vond het in de gesproken taal.

Of de ontmoeting nu in MS-Teams, in Zoom of in Jitsi is. Of de ontmoeting nu individueel of in groepsverband is. Ik heet iedereen heel nadrukkelijk en duidelijk uitgesproken Welkom.

Welkom!

Mooi woord trouwens.

——

Dit stukje schreef ik voor mijn opleiding tot NT2-docent i.h.k.v. een opdracht Interculturaliteit.

Verder lezen?

Een column uit 2013 waarin ik vol overtuiging schreef waarom ik mijn leerlingen een hand gaf.

Een blog uit 2019 waarin ik schreef over een meisje dat mij geen hand wilde geven.

Waarom schudden we elkaar eigenlijk de hand? (Artikel uit de Volkskrant)

Oog voor detail (Artikel uit de Volkskrant)

Voorzetsels van plaats

Wandelen is goed voor lijf en leden. Kent u die uitdrukking?

Ik wel. Wat een lijf is weet ik ook, maar wat zijn leden eigenlijk?

Nu ik werk als docent NT2 (Nederlands als tweede taal) kom ik er achter hoe vreemd de Nederlandse taal soms in elkaar zit. Daarom zoek ik de betekenis van het woord leden op in het woordenboek. Ik lees dat het hier gaat om een beweegbaar deel van het lichaam, een gewricht dus, en nu snap ik de uitdrukking.

Toevallig was ik net bezig geweest met een les over voorzetsels van plaats. Het maakt nogal uit of iets in, op, onder, achter, voor of naast iets anders zit, staat op ligt. Maar leden zitten dus in je lichaam.

Dan lees ik in hetzelfde woordenboek iets over het gezegde “een ziekte onder de leden hebben”. Je gebruikt deze uitdrukking als je denkt iets te hebben, maar (nog) niet echt ziek bent.

Ik probeer te begrijpen hoe een ziekte onder je gewrichten kunt zitten, maar ik kom er niet uit.

Ach ja.

Ik weet ook niet wat hurken zijn, dus snap ook niet hoe je er op kunt zitten.

(de link verwijst naar fijne nutteloze kennis over hurken)

Groeten aan je grote hart

De afgelopen weken onderhield ik telefonisch contact met zo’n 60 cursisten. Het zijn mensen die pas kort in Nederland zijn en onze taal leren. Normaal gesproken komen ze een paar keer per week naar school.

Met veel cursisten deed ik spreekoefeningen. Maar er waren ook cursisten die geen prijs stelden op begeleiding, met hen had ik wel af en toe App-contact.

Het leuke van App-contact is dat mensen die nog amper Nederlands spreken, in de App en met hulp van Google Translate wel opeens in mooie volzinnen kunnen schrijven.

Gisteren stuurde ik via een verzendlijst een berichtje naar alle cursisten over de verlenging van de lockdown. Ik kreeg de mooiste reacties terug waaronder deze:

“Sabah El-Khey: Ik wens u betere tijden, ik hoop dat we snel van Corona af zijn. Groeten aan je grote hart.”