Rondje Nederland

We hebben een heerlijke vakantie gehad en in totaal 1052 kilometer gefietst.

dag 1:Hintham-Utrecht
dag 2:Utrecht-Alphen aan den Rijn
dag 3:Alphen aan den Rijn-Zaanse Schans
dag 4:Zaanse Schans-Enkhuizen
dag 5: Enkhuizen-Harlingen
dag 6: Harlingen-Lies, Terschelling
dag 7:Terschelling
dag 8:Terschelling
dag 9:Lies, Terschelling-Hitzum
dag 10:Hitzum-Wijckel
dag 11:Wijckel-Haulerwijk
dag 12: Haulerwijk-Groningen
dag 13: Groningen
dag 14:Groningen-Coevorden
dag 15:Coevorden-Almelo
dag 16:Almelo-Zelhem
dag 17:Zelhem-Groesbeek
dag 18: Groesbeek-Hintham

En opeens is het twee jaar later

De dijk achter ons huis op 3 juni 2021

In juli 2019 had ik een hersenoperatie.

En opeens is het twee jaar later. Twee jaar waarin ik met vallen en opstaan ben gekomen waar ik nu ben. Ik werk weer en heb ook in het tweede jaar na mijn operatie nog winst geboekt in wat ik fysiek aankan. Fietsen met elektrische ondersteuning is een uitkomst en we gaan ook dit jaar weer op fietsvakantie. Het lopen ging het afgelopen jaar ook steeds beter. Ik loop nu redelijk makkelijk en ook op wat geaccidenteerder terrein kan ik met mijn wandelstokken uit de voeten. Hardlopen kan ik niet meer, maar gelukkig was dat nooit mijn hobby. Op 13 juni deed ik mee aan de Vestingloop in Den Bosch en wandelde ik 10 kilometer. De warme ontvangst van Ankie bij de finish en de bijbehorende medaille maakten mij blij.

Hoewel het lopen dus goed gaat, word ik toch iedere ochtend wakker met een naar gevoel in mijn benen. Ook lijkt het bij de eerste passen altijd weer alsof ik opnieuw moet leren lopen. Die fysieke beperking aan mijn benen heeft eigenlijk niks met het hersenletsel te maken, maar puur met de buikligging tijdens de operatie waardoor er zenuwen zijn afgeklemd. Vanaf dag 1 heb ik de keuze gemaakt om me te richten op mijn herstel en dit te zien als collateral damage, maar de laatste tijd ontwikkel ik toch wat boosheid. Hier moet ik dus nog iets mee.

De laatste hersenscan had ik in december en die liet zien dat de hersentumor niet meer aanwezig is. In die zin is de operatie dus wel goed gegaan.

Vorige week had ik een eindgesprek met mijn revalidatiearts van revalidatiecentrum de Tolbrug. Ik ben daar goed geholpen en ik was ook zeer te spreken over de nazorg. Met haar besprak ik niet alleen mijn lichamelijk herstel, maar ook en vooral de psychische kant van het verhaal. Ik heb dit voorjaar te maken gehad met een flinke mentale terugslag.

Ik voel me inmiddels weer stukken beter, maar heb ook besloten hulp te zoeken bij de organisatie Hersenz. Na de zomervakantie krijg ik een ambulant begeleider. Hoewel ik weer gewoon werk, ben ik toch niet helemaal tevreden over mijn eigen functioneren. Ik vind het soms moeilijk om me te concentreren, haak in gesprekken soms af en denk nog erg vaak aan hoe mijn leven vroeger was en hoe het nu is. Ook vind ik mezelf vaak initiatief loos en wat apathisch. En het is natuurlijk erg logisch dat je na zo’n ingrijpende gebeurtenis in eerste instantie heel erg bezig bent met je lichamelijk herstel en dat het geestelijk herstel er een beetje achteraan hobbelt. Ik denk dus dat het daar nu tijd voor is.

Dit blog hou ik bijna niet meer bij. Er was een tijd dat ik er erg intensief mee bezig was. Misschien komt dat weer, misschien ook niet.

Eerst maar eens op vakantie samen. Ik heb daar erg veel zin in.

Welkom!

De eerste handdruk ooit vastgelegd tussen de koningen van het Assyrische Rijk en Babylonië.

Vroeger was het zo gewoon om iemand anders de hand te schudden en ik las dat het al ver voor het begin van onze jaartelling werd gedaan.

In 1994 stond ik voor het eerst voor de klas en als vanzelf gaf ik alle leerlingen één voor één een hand. Het is een ritueel dat ik bleef herhalen met alle leerlingen, niet iedere les, maar wel na iedere vakantie. Sommige leerlingen vonden het misschien wel vreemd, de meeste docenten doen zo iets niet, maar voor mij was het niet meer dan normaal. Een hand stond in  mijn ogen symbool voor vriendelijkheid en genegenheid.

Met een hand kon je jezelf ook laten zien. Toen ik ergens in het begin van deze eeuw op het MBO les gaf over solliciteren was de handdruk zelfs een onderwerp. Leerlingen stonden in twee lange rijen tegenover elkaar en gaven elkaar de hand. Daarna draaide de ene rij door, terwijl de andere rij bleef staan. Zo ervaarden leerlingen aan den lijve dat een handdruk niet te slap, maar ook niet te stevig moest zijn.

In 2019, ik werkte toen als decaan, werd ik voor het eerst echt geconfronteerd met een cursiste die mij geen hand wilde geven. Ik was oprecht geraakt. Toch kwam ik er toen achter dat ik ook zonder handdruk een professionele relatie met iemand op kon bouwen.

En toen kwam Corona en was een handdruk echt uit den boze. Als docent moest ik nadenken over een nieuw ritueel bij de begroeting van mijn leerlingen. Een elleboogje vond ik iets te jolig en ook bij de boks voelde ik me niet senang. Ik experimenteerde met de salaam-alaikum-groet. Hierbij hou je je hand voor je hart. Ik las ook over de kapkun ka/kap versie (handen tegen elkaar en een minibuiging) en de konnichwa (knik) en merkte dat mijn voorkeur meer en meer uitging naar die salaam-alaikum groet.

Tijdens de tweede lockdown gingen we weer online les geven. Ik moest weer op zoek naar een nieuw welkomstritueel en ik vond het in de gesproken taal.

Of de ontmoeting nu in MS-Teams, in Zoom of in Jitsi is. Of de ontmoeting nu individueel of in groepsverband is. Ik heet iedereen heel nadrukkelijk en duidelijk uitgesproken Welkom.

Welkom!

Mooi woord trouwens.

——

Dit stukje schreef ik voor mijn opleiding tot NT2-docent i.h.k.v. een opdracht Interculturaliteit.

Verder lezen?

Een column uit 2013 waarin ik vol overtuiging schreef waarom ik mijn leerlingen een hand gaf.

Een blog uit 2019 waarin ik schreef over een meisje dat mij geen hand wilde geven.

Waarom schudden we elkaar eigenlijk de hand? (Artikel uit de Volkskrant)

Oog voor detail (Artikel uit de Volkskrant)

Voorzetsels van plaats

Wandelen is goed voor lijf en leden. Kent u die uitdrukking?

Ik wel. Wat een lijf is weet ik ook, maar wat zijn leden eigenlijk?

Nu ik werk als docent NT2 (Nederlands als tweede taal) kom ik er achter hoe vreemd de Nederlandse taal soms in elkaar zit. Daarom zoek ik de betekenis van het woord leden op in het woordenboek. Ik lees dat het hier gaat om een beweegbaar deel van het lichaam, een gewricht dus, en nu snap ik de uitdrukking.

Toevallig was ik net bezig geweest met een les over voorzetsels van plaats. Het maakt nogal uit of iets in, op, onder, achter, voor of naast iets anders zit, staat op ligt. Maar leden zitten dus in je lichaam.

Dan lees ik in hetzelfde woordenboek iets over het gezegde “een ziekte onder de leden hebben”. Je gebruikt deze uitdrukking als je denkt iets te hebben, maar (nog) niet echt ziek bent.

Ik probeer te begrijpen hoe een ziekte onder je gewrichten kunt zitten, maar ik kom er niet uit.

Ach ja.

Ik weet ook niet wat hurken zijn, dus snap ook niet hoe je er op kunt zitten.

(de link verwijst naar fijne nutteloze kennis over hurken)

Groeten aan je grote hart

De afgelopen weken onderhield ik telefonisch contact met zo’n 60 cursisten. Het zijn mensen die pas kort in Nederland zijn en onze taal leren. Normaal gesproken komen ze een paar keer per week naar school.

Met veel cursisten deed ik spreekoefeningen. Maar er waren ook cursisten die geen prijs stelden op begeleiding, met hen had ik wel af en toe App-contact.

Het leuke van App-contact is dat mensen die nog amper Nederlands spreken, in de App en met hulp van Google Translate wel opeens in mooie volzinnen kunnen schrijven.

Gisteren stuurde ik via een verzendlijst een berichtje naar alle cursisten over de verlenging van de lockdown. Ik kreeg de mooiste reacties terug waaronder deze:

“Sabah El-Khey: Ik wens u betere tijden, ik hoop dat we snel van Corona af zijn. Groeten aan je grote hart.”

Activiteiten

Nu de school dicht is ondersteun ik cursisten online bij het leren van de Nederlandse taal. Dat is best intensief, maar erg leuk om te doen.

Gisterenavond waren er rellen in de stad. Ik was ontsteld en ging boos en verdrietig slapen.

Maar vanmorgen toog ik weer naar mijn werkkamer en om 9 uur zoomde ik met de eerste cursist, een mevrouw uit een ander land. We deden een aantal spreekoefeningen, het was een leuke ontmoeting en ik was de realiteit alweer snel vergeten. Toen zag ik dat het al bijna half 10 was. Tijd voor de volgende cursist.

Ik vroeg haar de laatste oefening te doen en zinnen te maken met een aantal woorden uit het boek. Ze liet zien dat ze de betekenis van de woorden kende en ook dat ze mooie zinnen kon maken. Ik moedigde haar aan en we sloten af met het woord Activiteiten.

Ze dacht even na en maakte een goede zin.

“De activiteiten in de stad waren niet mooi.”

Ik voelde een traantje opkomen.

Een goed bericht

Oosterscheldekering op 28 december 2020. Foto: Ankie van Hezewijk

Ik ontving een goed bericht. Er is, anderhalf jaar na mijn operatie, een nieuwe hersenscan gemaakt en er is sprake van een rustig, stabiel beeld.

“Er zijn geen aanwijzingen voor een rest of recidief.”

Dit was de derde scan na mijn operatie op 30 juli 2019.

De eerste was een dag na die operatie en onderging ik gelaten. De neurochirurg had gezegd dat er een heel klein stukje tumor was achtergebleven in mijn hoofd, maar op de scan was dit eigenlijk niet te zien.

De tweede scan was op 28 januari 2020, dus een half jaar na de operatie. Ik was toen nog volop aan het herstellen en liep nog regelmatig met een rollator. Eigenlijk had ik geen tijd om me druk te maken over die scan. Dat was achteraf ook niet nodig, want er was weer niks te zien. De neurochirurg stelde dan ook voor een volgende scan niet over een half jaar, maar over een jaar te doen.

Toen vond ik dat prima, maar de laatste maanden begon het te knagen. Ik was bang dat het minuscule restant toch weer zou groeien. Ook had ik wat evenwichts- en hoofdpijnklachten en hoewel dit ook psychisch kon zijn was het toch reden de periodieke controle iets te vervroegen.

Ondertussen deed ik mijn best positief te blijven denken. Dat ging me dit keer moeilijk af.

Maar nu kreeg ik dan de uitslag en kan de blijdschap indalen.

Fijn om die blijdschap te delen.

Het is pas een jaar geleden

Oosterplas, juli 2019.

Vaker dan me lief is denk ik aan vorig jaar.

Op 9 juli 2019 had ik een MRI-scan en op 10 juli werd ik gebeld door de neuroloog. Een dag later vertelde hij over de onwillekeurig delende cellen in mijn hoofd. Over het weefsel op een plek waar het niet hoorde. Hij noemde het een langzaam groeiende tumor die er al zo’n 10 tot 15 jaar zat. De tumor moest er uit en wel zo snel mogelijk.

De dagen daarna ontspoorde ik. Dat wat de neuroloog nog een golfbal had genoemd was al gauw een tennisbal. Ik associeerde er rustig op los en zo werd de tumor achtereenvolgens een sneeuwbal en een mandarijn. Ik gaf de tumor ook een naam: Dylan.

Ik sliep bijna niet en interpreteerde alles. Midden in de nacht belde ik mensen, ik zag overal signalen en maakte veel foto’s. Ook at ik geobsedeerd walnoten en was ik druk met het maken van de ultieme afspeellijst. Ik legde mij zelf en mijn omgeving allerlei (gedrags-)regels op. Deze hingen in de woonkamer samen met de tijdstippen waarop ik mijn medicatie moest nemen. De tijdstippen tussen twee pillen noemde ik mijn rondetijden.

Die medicatie maakte mij rustiger en op 30 juli werd de tumor succesvol verwijderd. Wat volgde was een langdurig revalidatietraject waarbij ik opnieuw leerde lopen.

Mijn manie van vorig jaar is ook terug te vinden in de geschiedenis van deze site. Statistieken liegen nooit. Daar waar ik meestal zo’n 3 à 4 blogs per maand publiceer telde de maand juli 2019 maar liefst 78 posts.

78!

Vaak betrof het merkwaardige associaties en ik was soms wat lang van stof. Vaak waren het ook alleen foto’s of videoclips. Maar aan alles zat een betekenis. 78 is meer dan 2 per dag en daarmee zondigde ik tegen mijn eigen gedragsregels.

Nu glimlach ik om de persoon die dat alles publiceerde. Als ik verder terug ga in de tijd moet ik soms lachen en soms huilen. Van gekke dingen geef ik de tumor de schuld.

Ik kan weer lopen en we gaan maandag zelfs op fietsvakantie. Maar niet-aangeboren hersenletsel (NAH) heeft ook onzichtbare gevolgen. Welke dat zijn ben ik nog steeds aan het ontdekken. Ik heb vertrouwen in de toekomst, maar ben soms onzeker. Alles is anders nu.

En het is pas een jaar geleden.

Nutteloze statistiek over de Strade Bianche

Wout van Aert na zijn overwinning in 2020

De oudste wielerwedstrijd die nog wordt verreden heden ten dage is Milaan-Turijn. Deze eendaagse wedstrijd werd in 1876 al georganiseerd. De Strade Bianche bestaat daarentegen pas kort. De eerste editie vond plaats in oktober 2007. De edities van 2008 t/m 2019 werden gereden in de maand maart. De editie van 2020 zou op 7 maart georganiseerd worden, maar werd uitgesteld vanwege het Corona-virus. Nu stond de koers voor 1 augustus op de kalender.

Het parcours is circa 190 kilometer lang en bestaat voor zo’n 70 kilometer uit onverharde grind- en zandwegen, de zogenaamde Strade Bianche. De startplaats van de wedstrijd is in de loop der jaren een aantal keer gewijzigd, maar de finish is altijd op het wereldberoemde Piazza del Campo in Sienna.

Fabian Cancellara uit Zwitserland won de Strade Bianche drie keer en wel in 2008, in 2012 en in 2016. Michael Kwiatkowski uit Polen won twee keer namelijk in 2014 en 2017.

De Strade Bianche kende nog nooit een Nederlandse winnaar. Hoogst geklasseerde landgenoot was Martijn Maaskant met een 4e plaats in 2008 op slechts 15 seconden van winnaar Cancellara. Tom Dumoulin werd 5e in 2017.

De Belgen waren drie maal succesvol met Philippe Gilbert (2011), Tiesj Benoot (2018) en Wout van Aert (2020).

De vrouwenkoers bestaat sinds 2015. Hier zijn wel drie Nederlandse overwinningen te noteren en wel voor Anna van der Breggen (2018) en Annemiek van Vleuten (2019 en 2020).

Bijgewerkt op 1 augustus 2020.