Mijn vriend Mohammed

In memoriam: Mohammed Raghed


De reisorganisatie waar ik voor werkte deed goede zaken. In het hoogseizoen waren er soms wel zes groepen tegelijkertijd in het land. Er waren dan ook zes reisleiders actief en ik was één van hen.


Ik zou in april 1990 de eerste reis van het seizoen gaan begeleiden. Samen met de eerste groep zou ik naar Cairo vliegen en een paar dagen daarvoor had ik een afspraak op het kantoor in Hillegom. Daar hoorde ik dat we dit jaar niet meer zouden samenwerken met onze vertrouwde agent. De concurrentie was enorm en er werden nu zaken gedaan met een bedrijf waar een betere deal mee was gesloten. Een lokaal agentschap heb je hard nodig in zo’n land, de treinkaartjes worden voor je geserveerd, de excursies worden geregeld en er is altijd een “transferman”, die met een speciaal luchthavenpasje de groep al bij de gate kan verwelkomen en snel door de douane kan loodsen.
 
Toen ik het vliegtuig uitliep zag ik gelijk een aantal bekende jongens met wie ik vorig jaar zo amicaal was. We begroetten elkaar, maar ze stonden daar vandaag niet om mij op te halen en op dat moment zag ik Mohammed, hij stond een beetje apart en hield een bordje met de naam van ons bedrijf in de lucht. Ik kreeg een ferme handdruk en keek hem eens goed aan. Een grote vent, fors gebouwd, wat kalend en een paar jaar ouder dan ik. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd.
 
In de bus naar het hotel vertelde ik mijn welkomstverhaal. Mohammed reed ook mee, hij sprak een paar woorden Nederlands en lag gelijk goed bij een aantal dames in groep. Na aankomst in het hotel dronken we samen nog een kopje thee en vertelde hij me dat hij me morgenochtend vroeg op zou halen voor de piramide-excursie. Daarna zouden wij even samen naar de directeur gaan, Mister Osama.
 
Ik voelde nog wat weerstand naar onze nieuwe samenwerkingspartner en Mister Osama nam die niet weg. “We are very proud to work with you and we think we can learn a lot from you, this is our first trip with your company and you will be accompanied by Mohammed the next three weeks.”
 
Daar zat ik op te wachten. Ik ben graag eigen baas en nu zat ik opeens met een Egyptische collega opgescheept. Maar het wende snel. Mohammed zat vol sterke verhalen, hij had jaren als steward op de nachttrein gewerkt en de lakens gedeeld met veel Engelse dames. Ook had hij een Nederlandse vriendin gehad en een jaar in Almere gewoond. We gingen vaak samen eten, hij bracht me op plekken waar ik nog nooit was geweest en onze gesprekken werden langzamerhand wat serieuzer. Mohamed was eigenlijk nooit echt gelukkig geweest in de liefde. Hij vertelde over zijn moeder die het niet meer uit hield bij zijn vader, ze ging werken in een chique supermarkt in een buitenwijk van Cairo. Daar had ze kennis gekregen aan een Nederlandse expat en nu woonde ze in Nederland. Zijn vader leidde inmiddels een teruggetrokken bestaan en kwam zijn flat nooit uit. Zijn broer liet zijn baard groeien en was diepgelovig worden.
 
Mohammed dronk gewoon een biertje mee, maakte lol met de meiden in de groep en bleef het zweet van zijn voorhoofd vegen. Regelmatig moest hij even langs de apotheek want hij had hoofdpijn en af en toe vroeg hij me of hij wat geld mocht lenen. Ik wist ook wel dat “ik betaal het je een keer terug” hooguit een intentie was, maar ik verdiende genoeg en Mohammed had mij verteld hoe hoog zijn maandsalaris was.
 
 
 
Dat seizoen kwam ik Mohammed nog regelmatig tegen. Je kon dat jaar bij onze reisorganisatie ook een individuele rondreis boeken, maar soms had je wel 20 “indiviuals” op één aankomstdatum en in feite was dat dan ook een groep. Mohammed begeleidde die mensen dan.
 
Toen viel Saddam Hoessein Koeweit binnen en begon de Golfoorlog. In 1991 was er niet veel werk meer en na twee seizoenen in Egypte probeerde ik om elders aan de slag te komen. Rond de jaarwisseling kon ik nog wel een kerstreis begeleiden voor een andere reisorganisatie. Uiteraard sprak ik af met Mohammed, Hij werkte niet meer in de toeristenbranche en was inmiddels manager van een Egyptische zanger. Ik ben nog een keer met Mohammed, de zanger en de band op stap geweest. In een volgeladen minibusje, de tabla en de citar waren ook aan boord, scheurden we door nachtelijk Cairo van nachtclub naar nachtclub. “Ze zeggen dat het steeds drukker wordt in de stad, maar tegenwoordig slaap ik overdag.”
 
Hij kwam me de avond voor de terugreis opzoeken. We dronken wat in de hotelbar, er was geen verwarming en ik had het ronduit koud. Mohammed bleef maar met zijn zakdoek in de weer. Toen ik goed naar hem keek, zag ik niet alleen dat hij continu zweette, maar ook een heel opgeblazen gezicht had.
 
In het voorjaar van 1992 solliciteerde ik bij een Midden-Oosten-specialist in Amsterdam. Ik kon daar als productmanager Egypte aan de slag. Na het reisleiderschap en een baantje in een hotel, was dit mijn eerste echte baan in de toeristenbranche. Ik was als een kind zo blij.
 
Natuurlijk wilde ik het goede nieuws met Mohammed delen dus ik belde die avond naar Egypte.  Ik kreeg zijn vader aan de lijn, die gaf de hoorn aan zijn zoon en ik dacht nog “Goh, nu heb ik dus een fundamentalist aan de telefoon.” De broer van Mohammed, ik geloof dat hij Chaled heette, sprak verbazingwekkend goed Engels en vertelde mij dat Mohammed enige weken daarvoor plotseling was overleden aan een hartaanval.
 
Toen ik later dat jaar voor mijn nieuwe werkgever op inkoopreis mocht naar Cairo ben ik nog een keer naar het kantoor van Mister Osama gegaan. Daar hoorde ik wat ik diep van binnen eigenlijk wel wist, maar nooit had durven erkennen. Mohammed was de laatste jaren van zijn leven verslaafd aan amfetamine. 

Dit was het vijfde en voorlopig laatste verhaal van een serie verhalen over mijn reisleiderstijd in Egypte. Eerdere verhalen uit deze serie:


1. Vierduizend Amerikaanse Dollars


2. Kamer 619


3. Rechtsaf


4. Makkelijk verdiend







Een theekransje

Tekst bij het afscheid van Fien van den Broek in de Blokhut te Eindhoven.





We zijn vandaag samen om afscheid te nemen van Fientje van den Broek-Craanen. 

Oma Fien.
 
Fien overleed op 13 november en is bijna 93 jaar geworden.
Voor haar vandaag geen heilige mis,  geen herdenkingsdienst, geen ingewikkelde ceremonie. Bij de familie van den Broek doen ze dat anders! Nee ik moet zeggen, bij de familie van den Broek doen WE dat anders, want De familie van den Broek, daar hoor ik ook bij en ik zal zo nog wel uitleggen hoe dat zit. 
 
Wij vieren het afscheid gewoon met een theekransje. Fien hield van theekransjes, met een wisselende groep dames deed Fien 40 jaar aan theekransjes. 
Het gezin van Fien van den Broek was een bijzonder gezin. Laat ik ze even aan u voorstellen. Fien en haar man Jo kregen vier kinderen. Clemens, Hans, Patries en Marcel. 
 
Jo overleed al zo’n halve eeuw geleden en ook Clemens en Hans zijn niet meer onder ons, net als kleinzoon Bart. We zijn enige momenten stil om ook aan hen te denken.
Fien bleef ondanks alle verdriet altijd opgeruimd en positief. De dementie was in zekere zin een verlossing voor haar; ze vergat haar verdriet.
Positief, opgeruimd en ook dankbaar. Ik herinner me een bezoek zo’n vijf jaar geleden toen ze nog niet in de Tulp woonde, maar in een huis waar de zorg simpelweg te kort schoot omdat er te weinig mensen werkten. Toen we binnenkwamen rook het niet al te fris, ze was gevallen en lag op de grond. Het eerste wat ze zei toen we binnenkwamen was: “de mensen zijn hier zo aardig voor me”
Een bijzonder gezin zei ik al, niet in de laatste plaats omdat iedereen er welkom was en omdat iedereen er welkom bleef. Patries en Marcel kregen nieuwe partners, maar hun oude partners zijn hier ook. 
 
Nadat Hans overleed in 2005 kwam ik in het leven van zijn vrouw Ankie en sindsdien hoor ik ook bij de familie van den Broek. Vanaf dag één voelde ik me er welkom.

Het is een creatief gezin. Dochter Patries is creatief in de keuken en op het podium, ze zal vandaag zingen. 
 
Zoon Marcel staat niet graag op het podium. Hij zei gisteren “ik ben meer van de plaatjes dan van de praatjes”. Marcel maakte dus een levend schilderij dat u hier op het scherm ziet.
Harde werkers zijn het ook. Patries doet het liefst alles zelf. Zij maakte de soep voor vandaag, haar man Henri mocht de balletjes draaien.
En als u goed naar het levend schilderij van Marcel kijkt dan ziet u dat daar ook wat uurtjes werk in zitten.
Een Creatief gezin én mensen met oog voor detail. Kleinzoon Daan zorgde voor het decor vandaag. Let op de lelietjes van dalen en ook op de schalen met peren; bij Fien thuis was er vroeger een perenboom Let ook op de theemuts en het theeservies en het gehaakte randje om de kist dat Kitty maakte.
Fien is hier ongeveer tot half 3, ze ligt bij de open haard want ze hield niet van kouwe voeten. Om half 3 brengen wij haar met een kleine groep naar het crematorium.
Deze bijeenkomst moet niet te statisch worden zei Marcel gisteren, er zijn een paar mensen die iets willen zeggen, er is een playlist met liedjes die Fien mooi vond en er is Gerrit die gitaar speelt. Hoe het precies gaat lopen weten we nu nog niet en dat is ook niet erg. Want in huize van den Broek geldt alles kan en alles mag. Er is voldoende te eten en te drinken en U mag huilen, lachen, applaudisseren, meezingen, opstaan, een rondje lopen en even bij Fien langs.
Geen heilige mis,  geen herdenkingsdienst, geen ingewikkelde ceremonie. Dit is een theekransje, maar het is zeker geen heilloze bedoeling. Bij de open haard staat een collectebus voor het Leger des Heils.

Ome Frans

Tekst uitgesproken bij het afscheid van Frans van der Meijs op 27 augustus 2016.


Frans was een familieman en het kwam goed uit dat hij veel familie had. Broers, zussen, neefjes, nichtjes. Cok, de familie Kuil.
 
Maar daar bleef het niet bij want wij en dan bedoel ik het gezin van Jan en Nel van Uffelen uit Langeraar waren OOK familie van Frans. Immers, Frans bracht bijna ieder jaar de kerst bij ons door en mijn broer, zus en ikzelf noemden hem altijd OME FRANS, dus geen FRANS, geen OOM FRANS, maar OME FRANS.
OME Frans en mijn vader waren min of meer buurjongens in de Zuidbuurt in Maasland. OME Frans was 3 jaar ouder dan mijn vader, ze hebben nooit bij elkaar in de klas gezeten maar werden beiden onderwijzer en vonden elkaar ook in het verenigingsleven te Maasland.
OME Frans hoorde er gewoon bij en was echt onderdeel van ons gezin. Iedere kerstvakantie kwam hij met de fiets naar Langeraar, meer dan 50 km fietsen, maar daar draaide hij zijn hand niet voor om, hij was ook wel eens naar de Dordogne komen fietsen toen we daarop de camping stonden. En als hij dan bij ons was in de kerstvakantie stond hij iedere morgen erg vroeg op en wandelde hij naar de bakker om warme
broodjes te halen. Ook wisten wij dat als OME Frans kwam dat er de volgende dag kerstkransjes aan de boom zouden hangen. Je zag hem genieten van het gezinsleven en hij deed ook mee aan onze jaarlijkse sjoelcompetitie en voor hem was het meedoen belangrijker dan het winnen. Tijdens die kerstdagen zag je hem ook heel veel kaarten schrijven, kaarten naar al zijn familieleden en vrienden, veelal zelf gemaakt en met een stichtelijke spreuk.
Heel soms kwam hij niet met de kerst. Hij ging dan naar zijn andere familie in Canada. Wij vonden dat maar saai, een kerst zonder OME Frans.
Twee keer zijn we die decemberweken ook naar Zuid-Frankrijk gegaan met ons gezin en OME Frans ging natuurlijk mee. In december 1983 zou hij met de fiets vanaf het station in Avignon naar ons huisje komen, 70 kilometer. Ik vond het maar lang duren en ben hem tegemoet gefietst. We hebben die weken veel samen gereden, maar OME Frans was een familieman en ik, in die tijd een eigenwijze puber die alleen deed waar
die zelf zin in had. Ik ging dus iedere dag fietsen en OME Frans ging de ene dag met mij en de andere dag met de rest van ons gezin op pad.
Mijn vader maakte handig gebruik van mijn adoratie voor OME FRANS. Toen ik op een leeftijd was dat ik niet meer graag mee ging op visite bij opa en oma opperde hij. “Joh ga er gewoon met de fiets naar toe, net als OME FRANS.
Een nieuwe traditie was geboren, ik ging voortaan op de fiets naar mijn grootouders in Maassluis.
Ook toen wij ouder werden en ieder onze eigen weg gingen bleef er contact met OME Frans, die ik voortaan gewoon bij zijn voornaam noemde. Zo waren wij als gezin bijvoorbeeld ook aanwezig bij zijn afscheid als onderwijzer en is hij ook eens bij mij in Nijmegen op bezoek geweest toen ik daar studeerde.
Vaak gingen onze gesprekken over fietsen, versnellingen en derailleurs en in augustus 2011 ben ik nog eens met hem gaan fietsen. Dat was best confronterend, toen we Vlaardingen uit de polder in fietsten was hij op zijn gemak maar zodra we zijn huis naderden wist hij de weg niet meer.
De laatste jaren van Frans zijn leven waren niet zijn beste jaren. Ik kan me moeilijk voorstellen hoe het is als je zo de grip op alles kwijt raakt. Mijn vader was verdrietig want echt contact met zijn oude vriend was erg moeilijk geworden. In 2013 overleed mijn vader plotseling en bij het afscheid had ik wel echt contact met Frans. Hij zei niet veel maar de omhelzing was intens. Wat een breekbare man was het geworden, Frans van der Meijs, mijn OME FRANS.
Vorige week zondag is mijn moeder nog bij hem op bezoek geweest. Mijn moeder vertelde aan Frans over mij en dat ik deze zomer naar Berlijn ben gefietst.
Frans glimlachte en zei even later.
NEL EVEN NAAR LANGERAAR FIETSEN en dat was het laatste wat ze van hem gehoord heeft.
OME FRANS,
GOEDE REIS.
 
Met Ome Frans op 24 augustus 2011