Wandelgangen

Niet uitgesproken tekst bij het afscheid van Jeanette Noordijk als Voorzitter College van Bestuur op 13 december 2018.


Het Koning Willem I College is een grote school en een grote
school heeft veel wandelgangen. In die wandelgangen wordt geluld en als mensen
lullen, dan lullen ze meestal niet over zichzelf maar over anderen.

Zij die betalen om in onze wandelgangen te mogen lopen lullen dus
over hun vriendjes, vriendinnetjes, klasgenoten, hun  collega’s op het werk, hun ouders en hun
docenten.

Zij die betaald krijgen om in onze wandelgangen te mogen lopen
lullen ook over hun vrienden, vriendinnen, collega’s, hun ouders, hun kinderen
en hun studenten.

Maar waar mensen het meest over lullen – wetenschappelijk onderzoek
heeft dat uitgewezen – is over de baas. Veel mensen hebben behoefte aan een
baas, al is het maar om tegenop te kijken, bevestiging uit te halen of gewoon om
over te lullen.

Jeanette was de afgelopen jaren de baas van onze school, er lopen
op onze school veel baasjes rond. (Ik ben er zelf een van!) Maar  Jeanette is onze eindbaas!

Ikzelf hou niet van wandelgangen. Ik zeg de dingen liever zoals ze
zijn, open en transparant en daarom sta ik hier ook.

Jeanette is hier een aantal jaren geweest en nam het roer over van
een man waarvan in de wandelgangen soms werd gezegd dat hij in een ivoren
toren zat. Ook werd hij een hemelbestormer genoemd. Als opvolger word je in de
wandelgangen dan al snel niemand die op de winkel heeft gepast.

Maar Jeanette, je hebt veel meer gedaan dan op de winkel gepast.

Je vertelde ooit het prachtige verhaal over wortels en vleugels.
Het ging daar bij om de ontwikkeling en opvoeding van jonge mensen. Maar
organisaties hebben ook wortels en vleugels nodig. Vleugels had onze school al
en jij hebt onze school verder geworteld, want daar was behoefte aan.
Je hebt stevig ingezet op teamontwikkeling, er is een prachtige nieuwe
huisstijl, we hebben een gastvrijheidsconcept, onderlinge relaties zijn
verstevigd, zo ook de relaties met onze omgeving. In jaarverslagen wordt open
en transparant geschreven over alles wat goed gaat en ook alles wat minder goed
gaat. Want ontwikkeling gaat met vallen en opstaan. Soms gaan dingen niet goed.

Je hebt ook oog gehad voor de relatie met je voorganger en zijn
familie (hier ook aanwezig) en met je opvolger. Met respect naar je voorganger
heb je jouw functie gemaakt tot wat-ie nu is. Voorzitter College van Bestuur en
dat is iets anders dan Eindbaas.


En onze school is meer dan je opvolger, onze school bestaat uit heel veel
medewerkers en nog meer studenten. We doen het samen en we leren van elkaar.
Het is nu aan ons samen om verder te reizen door de kosmos. Soms samen en soms alleen. Ook in de ruimte vindt ontwikkeling soms plaats los van het moederschip.

Ik zou graag willen afsluiten met een gedichtje van Hein Stufkens
(je kent het). Van mij mag het een plaats krijgen in onze wandelgangen.

Ik was te Cadzand aan het strand
getuige van een misverstand,
toen ik twee golven hoorde spreken
precies voordat ze zouden breken.
De ene riep: ‘Het is gedaan,
wij zullen hier te pletter slaan!’
De ander zei beslist: ‘Welnee,
je bent geen golf, je bent de zee.’

Jeanette bedankt!

 

Speech voor Jacqueline

Toon, dit is niet lullig bedoeld, maar deze speech is echt
alleen voor Jacqueline, ik zal uitleggen waarom.
Van 2008 t/m 2013 werkte ik samen met Jacqueline in de
Succesklas. Een speciale klas voor uitvallers op het MBO met als motto “omdat
iedereen ergens past”.  Met hart en ziel
begeleidden wij daar jongeren in hun soms moeizame weg naar volwassenheid en
bij die begeleiding hoorden allerlei rituelen zoals het kwaliteitenspel, het
enneagram, het innerlijk kompas en natuurlijk Het spel der spellen dat iedere
vrijdag werd gespeeld.
In die 5 jaar heb ik erg veel geleerd en heb ik ook
Jacqueline heel goed leren kennen, heel goed MOGEN leren kennen moet ik zeggen
want het was echt een voorrecht om samen te werken.
Een van de rituelen was ook de speech want als een jongere
na een aantal weken of soms maanden afscheid nam van de succesklas dan gingen
we samen in een kring zitten en kreeg deze jongere een speech en daarna groot
applaus. Zo werd het einde gemarkeerd van een periode waarin de jongere het
even niet meer wist, hulp had gekregen bij het maken van nieuwe keuzes en
verder ging naar een nieuwe levensfase.
Omdat ik in 2013 ander werk ging doen en Jacqueline nog in
de Succesklas bleef werken heb ik nooit voor Jacqueline mogen speechen. Daarom
maak ik vandaag van de gelegenheid gebruik.
Onze weg naar volwassenheid houdt nooit op en ook na de
middelbare school, het mbo, het hbo of de universiteit blijven wij leren. Want
leven is leren. Met vallen en opstaan.
Vorige week overleed Charles Aznavour. Nog maar twee jaar
geleden was Jacqueline met haar zus en moeder bij een concert van de Franse
chansonnier. Dat concert was eerst afgelast vanwege zijn gebrekkige gezondheid
maar later alsnog doorgegaan. Ik zag deze week de foto’s pas want Jacqueline en
ik zien elkaar niet meer dagelijks en het was mij destijds ontgaan dat ze
alsnog waren geweest, ik herinnerde me alleen de teleurstelling van die
afgelasting. 
Toen las een artikel met de prachtige kop Charles Aznavour
gaf lessen in liefde. Prachtig
Want ook de liefde is een kwestie van leren. En ook in de
liefde draait het om keuzes. En keuzes zijn nooit goed of fout, iedere keuze is
goed, maar soms pakken keuzes niet zo goed uit. Soms lopen dingen anders dan je
van te voren had bedacht, maar dat is niet erg, want uiteindelijk komt het
goed.
Dat zien we vandaag want wat is het mooi als je na wat
moeilijke periodes in je leven wat ouder en wijzer wordt en wat is het mooi als
je dan de liefde weer mag ontdekken.
Met terugwerkende kracht is deze speech ook voor Toon want
wat heb jij geboft met deze leuke, lieve en pittige vrouw.
Gefeliciteerd en ik wens jullie veel liefde toe.

Perfect day

In 1972 bracht Lou Reed het album Transformer uit. Daarop staat
het nummer Perfect Day. In de Wereld Draait Door van 15 december stond dit
nummer centraal. De vraag daarbij was: “Wat was jouw perfect day in 2017”.




Ik had de uitzending niet gezien maar was gelijk getriggerd
door de vraag. Vanmorgen bij het ontbijt hadden we het er over en ik wist
meteen welke dag mijn perfect day was. Als verstokte Feyenoord-fan was de kans
groot dat ik 14 mei zou kiezen. De dag dat Feyenoord kampioen werd.
Maar mijn Perfect day was twee weken daarvoor al geweest.
Op 28 april vlogen we naar Sarajevo. Ankie had mij deze reis
cadeau gedaan. Ik was al eerder in Bosnië geweest en ze had me geen groter
plezier kunnen doen. We zouden 5 nachten blijven en ik zou zelf de hotelovernachtingen,
bus- en treinreizen en excursies e.d. gaan regelen. Dat vind ik immers altijd
leuk om te doen en ik zat ziek thuis. Ik had tijd zat. 

Op 29 april zouden we
gelijk een volle dag op excursie gaan. Ergens hoog in het Bjelasnica-gebergte
boven Sarajevo ligt het dorpje Lukomir. Ik zag ooit een documentaire over het dorp en had sindsdien een verlangen er te komen. 



Op 1495 meter hoogte is Lukomir het meest
afgelegen dorp in het hele land. In de winter is de weg een aantal
maanden onbegaanbaar en van te voren was het dus best spannend of we eind april
het dorp überhaupt wel konden bereiken. Maar bij het reisbureau boekte ik toch een
dagtrip; de weersverwachtingen waren goed en de weg was open. Een gids zou ons
rond 09.00 ophalen in het hotel, maar er was afgesproken dat hij om 8.00 zou bellen.
In de bergen kan het weer plots omslaan en bij slecht weer hadden we pech. Om 8
uur werd er gebeld. Het sneeuwde in Sarajevo en je kon geen hand voor ogen
zien. In de bergen boven de stad zou het nog veel slechter zijn. De trip werd
afgelast. Die dag bleven we dus in de stad, we bezochten wat musea en een moskee en het bleef sneeuwen. 

Het werd uiteindelijk toch een
fijne dag en de weersverwachting gaf aan dat het beter weer zou worden in Bosnië.
We besloten naar het prachtige Mostar te  gaan, een
paar uur rijden, om na 1 nachtje weer terug te komen in de hoofdstad. Op 2 mei zouden
we dan de excursie alsnog maken. Ik had die dagen een paar keer per sms contact met Branko, de jongen die ons zou begeleiden. 



Het weer leek op te klaren sms-te hij alleen de weg naar
Lukomir was onbegaanbaar, als alternatief konden we naar Umoljani, een ander dorp. Dat vond ik
jammer, want ik was eerder in het gebied geweest en had Umoljani wel, maar Lukomir nog nooit bezocht.
In januari was ik ziek thuis komen te zitten met een
burn-out en ik was een aantal maanden volledig aan huis gekluisterd. Ik was
continu moe en had problemen met mijn evenwicht. Onder begeleiding van een
fysiotherapeut en een bedrijfspyscholoog werkte ik aan mijn herstel. Daarbij
ging het vooral om bewustwording. Ik werd bewust van de spanning die zich soms
opbouwt in mijn lichaam en hoe ik daar dan mee om moet gaan en hoe niet. Het
ging iedere dag een beetje beter en ik durfde de reis naar Bosnië aan, maar na
2 nachten in Sarajevo en 1 in Mostar, werd ik op 30 april wakker. Ik kon niet
vooruit komen. Ik  had een totale off-day.
Ankie besloot uiteindelijk een taxi te bestellen die ons in een kleine twee uur
tijd naar Sarajevo bracht. Daar ging ik gelijk naar bed. Ik kon niks aan die
dag.
Branko sms-te nog wel die avond. Het zou een mooie dag worden morgen.
Toen de 4WD voor kwam rijden om 09.00 uur begon Branko met de
woorden; “The road is open”. Ik geloof niet dat ik ooit zo gelukkig ben
geweest, eindelijk ging mijn wens Lukomir te bezoeken in vervulling. Het was
nog een aardig stuk rijden en er werden ergens aan de rand van de stad nog boodschappen gedaan, maar dat duurde even, de meeste winkels leken dicht. 

En dan verlaat je de stad, kom je in het berggebied en ben je opeens in een andere wereld en toen we uiteindelijk in Lukomir aankwamen ging er echt een wereld voor me open. Er is hier niks te beleven, maar ik had er jaren naar uitgekeken hier te zijn. 




We dronken koffie, bekeken het dorp en zouden een uurtje gaan wandelen naar een
waterval. Terug in het dorp zouden we dan wat eten om vervolgens weer terug te rijden
naar Sarajevo.

Toen we aan kwamen wandelen herkende ik de stem van Ismet. Ik had de man nooit onmoet, maar wel op TV gezien. Hij was de
hoofdpersoon uit de film “Winterslaap in Lukomir” en uitgerekend hij was de reden dat ik
dit dorp wilde bezoeken.
Op de terugreis had ik een gelukzalig gevoel. Branko vroeg
me of ik de link van de documentaire nog naar hem wilde sturen en om half 9 die avond sms-te hij mij zijn mailadres.

“Hi, I hope
that you are not much tired and I found out why it was so quiet in the city
today. On the 2nd of may 1995 the war ended.”






Een link naar de docu vind je hier. Hieronder nog  drie foto’s van mijn perfect day. 


Met Ismet

Trots!

V.l.n.r. Branko, Reinoud, Ankie





Want ik ben ook maar een mens

In 2004 bracht de Amerikaanse band Sophia het album “People
are like seasons”
uit. Het is een van mijn favoriete platen. Zojuist luisterde
ik heel bewust naar het nummer “Swept back” van dit album. Ik was tot tranen
geroerd.





Eerder dit jaar beleefde ik een periode van totale
inactiviteit. Tegenwoordig heeft iedereen het over #burnout en ja, dat was
precies wat ik had. Mijn burnout pakte vooral heel erg lichamelijk uit. Ik ben
niet somber van karakter, maar ik had genoeg om over te piekeren en ik was toch
vooral heel erg MOE en had altijd pijn in mijn nek.

Mijn burnout was ontstaan omdat ik te lang had doorgelopen
in een voor mij ongezonde situatie. Ik werk graag, maar ik werkte op een plek die
niet het beste in mij naar boven haalde. Ik voelde dat al een hele tijd, maar
liep er toch veel te lang mee door. Iedere avond was ik moe.

Nadat ik me had ziekgemeld wandelde ik eerst nog 60 kilometer
op Texel, daarna stortte ik pas echt in.
Ik was al moe als ik een blokje om het huis ging en Ankie
moest me met de auto naar de bedrijfsarts brengen. Ik kon zelf niet fietsen,
laat staan autorijden.

Daarna zette een periode van herstel in. Onder begeleiding
van een fysiotherapeut en een bedrijfspsycholoog werkte ik vooral aan
bewustwording. Dat was hard werken, maar het wierp wel vruchten af en ik vond het fijn. Ik kreeg
weer plezier terug in de dingen die ik deed en ik kon ook al snel meer aan.

In de meivakantie maakte ik een wandeling in de bergen. Ik was vaak nog onevenwichtig, maar wat was ik trots. Kort daarna ging ik ook weer werken. Ik begon met 3×3 uurtjes in een nieuwe rol op een
nieuwe werkplek. In de terminologie van de mensen die mij begeleidden, heet zo iets een re-integratie en een herplaatsing. Daarnaast ging ik trouw naar de sportschool en ging het echt
iedere week beter met me. Ik had een heerlijke zomervakantie en ik kon zelfs
weer boeken lezen. Dat was het jaar daarvoor niet gelukt. Na de zomervakantie
ging ik door met opbouwen en al snel werkte ik weer full-time. Ik was veel relaxter geworden in mijn werk en bleef aandacht besteden aan mijn lichaam. Ook mijn politieke rol vervulde ik weer snel en met passie. 
Ik kon weer heel veel druk aan.

De afgelopen week voelde ik weer veel druk. Ik had inmiddels
geleerd me daar bewust van te zijn en die druk te voelen. En inderdaad, ik
voelde het maar handelde toch zoals ik altijd doe: rustig en vastberaden, ook
als ik dat niet was.

Wat dat betekende merkte ik pas afgelopen zondag. De momenten
waarop ik de druk voelde waren al geweest, ik had twee nachten lekker geslapen
en een heerlijke zaterdag beleefd samen met Ankie en een aantal goede vrienden.
Dat was een fijn samenzijn, maar ik miste mijn vriend Gerard die in oktober was
overleden.

Zondag kwam bij mij alles er uit.

Van veel mensen die een burnout hebben gehad had ik al
gehoord dat er soms zo’n moment komt. Zo’n moment dat je het gevoel hebt dat je
teruggeworpen wordt in een situatie die je niet wil. In gewoon Nederlands een
KUTDAG.

Wat dan helpt zijn goede gesprekken, een flinke huilbui, een wandeling door de sneeuw, een rustig haardvuur en
vooral een goede nachtrust.

Maandag ging ik weer fluitend naar mijn werk, al was ik nog
moe. Ik weet nu dat zo’n burnout er niet alleen inhakt, maar altijd bij je
blijft. Maar wat is het belangrijk dat ik zelf nu de signalen herken en er naar
handel.

Want ik ben ook maar een mens.


p.s. Misschien stemt de hoes je niet vrolijk, maar de muziek is zeer troostrijk. Ik kan je vooral het nummer Swept Back aanraden.

Ik ben katholiek!



Nu Roze Zaterdag en het moment dat ik een
kaarsje ga branden in de Sint Jan dichterbij komt, is het voor mij ook tijd om
uit de kast te komen.

Ik ben katholiek.
Ik werd geboren in 1965 in een klein dorp met
een grote kerk. Ik kwam er wekelijks en zong in het kinderkoor. Ik deed er mijn
eerste Heilige Communie toen ik in de tweede klas zat en het Heilige Vormsel in
klas 6.
In de puberteit zette ik me af tegen alles en
iedereen en dus ook tegen de katholieke kerk. Als puber had ik weinig oog voor
het verdriet van mijn vader, die in die jaren zijn eigen interne strijd voerde.
Wat maakte de man zich  soms boos over
de conservatieve stroming binnen de kerk. Hij had zich jaren ingezet als hoofd
van de RK basisschool en was een gewaardeerd lid van het RK kerkbestuur, maar op een
gegeven moment was hij helemaal klaar met het instituut kerk en deed hij er afstand van.
Net als hij bezocht ik nog maar zelden een
Heilige Mis, maar katholiek ben ik altijd gebleven. Sinds ik in
’s-Hertogenbosch woon, nu zo’n 25 jaar, ga ik regelmatig een kaarsje opsteken
in de Sint Jan. Ik vind het altijd fijn. Ik voel me er welkom en
geborgen.
Ook ik heb niks meer met het instituut kerk,
maar ik koester de sterke kanten van het Katholicisme. 

Warmte, sociale
bewogenheid en hulpvaardigheid maken het leven mooier, en het is vooral uit
solidariteit dat ik samen met anderen aanstaande zaterdag om 9 uur in de
ochtend een roze kaarsje bij de Zoete Moeder in onze eigen Sint Jan ga branden.
Uit solidariteit met de LHBT-gemeenschap, uit solidariteit met de twijfelende bisschop Gerard de Korte, maar ook uit solidariteit met de priesters en gelovigen die
anderen (nog) niet in hun hart kunnen sluiten.
Goed om te lezen in de krant dat we welkom
zijn in de Sint Jan.

Tot zaterdag! Je kunt hier even laten weten of je er ook bij bent. 



Ik weet het niet

In de aanloop naar de verkiezingen van 15 maart schreef ik vier columns die ik steeds afsloot met de woorden “samen vooruit!”. Vandaag vond ik het tijd om weer eens zo’n column te schrijven.

De verkiezingen liggen al weer bijna 80 dagen achter ons en steeds meer mensen hebben een mening over een mogelijke regeringsdeelname van de PvdA.
Zo lag ik onlangs op de behandeltafel nog bij te komen van een heerlijke nekmassage toen de fysiotherapeut luid en duidelijk liet weten dat hij vond dat de PvdA maar gewoon mee moet gaan regeren.
In de diverse media doen steeds meer prominenten hun zegje en ook aan mij wordt regelmatig de vraag gesteld
“Wat vind jij er nu van?”
Als er op mijn mobiel een onbekend nummer verschijnt is het meestal iemand van een landelijke krant of een actualiteitenrubriek die een belrondje doet langs PvdA-afdelingsvoorzitters.
Eigenlijk zeg ik dan nooit zo veel, maar in ieder geval dat ik het ook oprecht niet weet. In de (partij)democratie is het zo dat je het vertrouwen geeft aan de partijleider en zijn fractie. Zij bepalen de lijn en maken hun afwegingen en ik heb daar ook alle vertrouwen in. Het valt me in ieder geval op dat Lodewijk Asscher zo ontspannen, losjes en natuurlijk over komt in de kamer en in de media. Ik geef het je te doen. Zoveel zetels verliezen en er gewoon staan.
Ik weet het niet, maar toch is er een uitspraak die steeds in mijn hoofd rondzingt. De uitspraak is van Hans van Beers en dat zit zo. Van Beers overleed in het najaar van 2015. Hij was kort daarvoor weer in ’s-Hertogenbosch komen wonen waar hij van 1974 tot 1982 wethouder was geweest en omdat hij dat jaar 50 jaar lid was van de Partij van de Arbeid mocht ik hem op 1 mei een gouden speld overhandigen.

foto: Leon van den Akker

Ik had wel veel over de man gehoord, maar hem nog nooit gezien en we hadden een ontzettend leuk gesprek. Daarna hadden we af en toe mailcontact en gaf hij mij gevraagd, maar ook ongevraagd advies. In die tijd kwamen we ook te spreken over de mogelijke deelname van PvdA Brabant aan het provinciebestuur. Van Beers was met al zijn ervaring vrij duidelijk.

“Het is altijd beter om aan het stuur te zitten dan op de achterbank.”
Samen vooruit!

Kinderkaartje


Mijn vader werd geboren in een dorp vlakbij Rotterdam, maar
in 1962 kreeg hij  een baan in een dorp
dicht bij Amsterdam. In dat dorp was bijna iedereen voor Ajax. Mijn vader was
niet zo’n voetbalfan, maar mijn ome Nico die kon er wat van. Hij had een
seizoenkaart van Feyenoord!

Op verjaardagen en familiefeestjes was het altijd een drukte
van belang; behalve Jan en Nico waren er nog 12 kinderen! Ik probeerde altijd
bij mijn ome Nico in de buurt te zitten want daar gingen de gesprekken over
voetbal en niet over politiek. Op één van die bijeenkomsten vroeg mijn ome Nico
of ik een keer mee wilde naar het Stadion. Ik was 10 jaar en als een kind zo
blij.

Op 31 maart 1975 was het zover. Het was Tweede Paasdag en ik
mocht mee naar een thuiswedstrijd van Feyenoord in de Kuip. In die tijd werd er
in het paasweekeinde een dubbel programma gespeeld. Feyenoord mocht uit en
thuis tegen FC Amsterdam en had op zaterdag al met 0-3 gewonnen in de
hoofdstad. 

Na een onrustige nacht werd ik al vroeg naar het huis van mijn ome
Nico gebracht, een uurtje rijden. Daarvandaan gingen we naar Rotterdam. Het
bleek dat Ome Nico een flinke vriendengroep had met wie ze alle thuiswedstrijden in
de Kuip bezochten; we waren met een heel gezelschap. In mijn herinnering was mijn neefje Frank Overgaag er ook bij.

Eenmaal aangekomen bij dat grote stadion keek ik mijn ogen
uit. Ik had de indruk dat Ome Nico iedereen kende en we passeerden wat hekken
en suppoosten. Opeens waren we op de eretribune. “Ga hier maar zitten” en Ome
Nico wees een rij met stoelen aan. Zijn vrienden hadden inmiddels ook een
plekje gevonden een paar rijen daar voor. “Ik moet nog even een kaartje voor je
halen”
en weg was hij weer.

Daar zat ik dan in dat mooie stadion. Het was mooi weer, het
zat goed vol en er liepen ook al wat spelers op het veld. Toen ome Nico
eindelijk terug kwam stond de wedstrijd op het punt van  beginnen. “Hier, pak aan!” en hij gaf mij het
kaartje.
 

Die dag zag ik mijn eerste wedstrijd van Feyenoord. Dat ze
met 1-2 verloren was jammer, maar de ervaring was onvergetelijk en het kaartje
heb ik tot op de dag van vandaag bewaard. Ik zat op de Eretribune, maar met een
kinderkaartje voor vak X achter het doel.



Dit verhaal schreef ik voor de winactie 80 jaar de Kuip. Het kaartje vond ik in een oud plakboek.

Ubu-momentjes

Vandaag verschijnt een boek over Ubu Lemereis. Ubu overleed in 2010 en zou vandaag 55 jaar geworden zijn. De uitgave is de verboeking van de site www.ubulemereis.nl. Voor de gelegenheid schreef ik onderstaande tekst. (Deze staat dus niet in het boek en ook niet op de site, maar gelukkig wel hier.)


Het gaat te ver om te
zeggen dat Ubu en ik goede vrienden waren, want dat waren we niet, maar ik vond het altijd fijn om hem te zien en we
deelden een passie voor voetbal, voetbaluitslagen, nutteloze statistieken en allerhande lijstjes.

De tijd dat ik veel
voetbal keek heb ik achter me gelaten. Ik bezoek af en toe nog een wedstrijd
van FC Den Bosch en nu Feyenoord al zo lang op kop staat kijk ik ook al weer
enige tijd naar Studio Sport op zondagavond. De doordeweekse Europese
wedstrijden gaan grotendeels aan mij voorbij. Ik volg de uitslagen via
Teletekst en via de geluiden uit de woonkamer als één van de jongens daar zit
te kijken.
Toch heb ik bijna 7
jaar na Ubu’s dood nog regelmatig een Ubu-momentje en zo’n Ubu-momentje heeft
altijd met voetbal te maken.
Een Ubu-momentje is
dat je even aan hem denkt en er vervolgens achteraan denkt. “Wat zou Ubu hier
van vinden?”
De afgelopen weken
had ik drie dergelijke momentjes.
De eerste keer was op
14 februari. Barcelona verloor genadeloos van Paris Saint Germain. Er werd
gesproken van een wisseling  van de wacht
en ik dacht dat Ubu dit wel leuk gevonden zou hebben. Hij had het nooit zo op
glitter, glamour en gearriveerde vedettes.
De tweede keer was op
8 maart. Barcelona ontsnapte op miraculeuze wijze in de terugwedstrijd tegen
PSG en plaatste zich toch voor de volgende ronde. Al snel werd er ook gesproken
over een aantal dubieuze beslissingen en een schwalbe en leek het er op dat er
een luchtje zat aan de wonderlijke 6-1. Ik dacht dat Ubu er het zijne van
zou hebben gevonden.
De derde keer was op
12 maart. Ik vernam via Teletekst dat Barcelona met 2-1 had verloren van
Deportiva La Coruna.
Ik herinnerde me
opeens een gesprek dat ik had met Ubu in 1994. De titelstrijd in Spanje ging
dat jaar tussen Barcelona en Deportivo la Coruna en Ubu koos met heel zijn hart
voor de underdog Deportivo.  In de
laatste competitiewedstrijd was het erop of eronder.  Barcelona speelde tegelijkertijd tegen
Sevilla en stond in de rust op achterstand.  In de tweede helft trok Barcelona de wedstrijd
toch naar zich toe terwijl het bij Deportivo tegen Valencia lang 0-0 bleef. Bij
die stand zou Barcelona kampioen zijn. In de 88ste minuut kreeg
Deportivo een penalty en verdediger Djukic schoot deze in de handen van de
keeper. Na anderhalve minuut blessuretijd was de wedstrijd gedaan en was FC
Barcelona kampioen op doelsaldo.
Natuurlijk dacht ik wat Ubu, anno 2017, van de overwinning
van Deportivo gevonden zou hebben. Ik denk dat hij zachtjes zou grinniken en
zou denken net goed.
Naschrift:
1. Op Wikipedia lees ik het volgende over de slotwedstrijd van
het seizoen 1993/1994: Het feit dat
Valencia erg fanatiek het gelijkspel verdedigde, en diverse spelers (waaronder
keeper González) uitbundig de gestopte penalty vierden, leidde tot volop
speculatie over premies van FC Barcelona. Dit werd uiteindelijk in 2008 door
verdediger Giner toegegeven.




2. Over het verschijnen van het boek verscheen een artikel in De Gelderlander:



Geen paniek


Het zonnetje scheen en ik twijfelde of ik
lekker naar buiten zou gaan of thuis zou blijven en Buitenhof zou kijken op NPO
1. Daar zou Lodewijk Asscher komen en ik geloof in de man en in zijn boodschap.
Bijkomend voordeel was dat ik tegelijkertijd via Radio 1 de verrichtingen van
Feyenoord kon volgen dus ik koos voor thuisblijven.
Lodewijk Asscher deed het prima en ik voelde
me warm worden van binnen. Nederland heeft dringend behoefte aan nieuw
leiderschap en daar zat hij gewoon aan tafel.
In mijn enthousiasme appte ik een
partijgenoot.
“Ik vind Asscher toch echt goed overkomen in
Buitenhof”
Twee minuten later kwam er een antwoord en
stond ik weer met beide benen op de grond.
“Ben ook aan het kijken. We leven in een tijd
dat redelijkheid en nuance niet scoren”.
Ik besloot toch even naar buiten te gaan. Het
zonnetje scheen nog steeds en Feyenoord stond nog altijd achter.
Later die middag leerde ik dat niet alleen
Feyenoord maar ook Ajax punten had verloren. Het was inmiddels gaan regenen en
ik bedacht dat ik geen zin had in het Carrédebat op RTL 4.
Maar in deze tijd  kunnen TV-debatten je eigenlijk niet ontgaan.
In het app-groepje van de lokale fractie werd er ook gekeken en voor het slapen gaan checkte
ik toch nog even mijn tijdlijn op Twitter.
De kalmte & redelijkheid in toon, taal & presentatie
van
#Asscher is in publieke
waardering zijn grootste vijand. Zo lijkt het.
#carredebat
Dit schreef een gewaardeerde partijgenoot. Van
iemand anders hoorde ik dat Lodewijk niet bij de winnaars hoorde van dit debat.
Geen paniek zou ik zeggen. Als je in de
boodschap gelooft blijf die dan consequent uitdragen. Rustig, vol
zelfvertrouwen en dan maar tegen de stroom in.

Samen vooruit.


Dit is mijn derde column in aanloop naar de verkiezingen van 15 maart. Eerder verschenen:


Een premiersdebat zonder de VVD


Een goede grap 

Een premiersdebat zonder de VVD



Geert
Wilders en Mark Rutte zullen volgende week zondag om 21.00 uur voor de buis
zitten. RTL zendt dan het premiersdebat uit en de lijsttrekkers van de twee
grootste partijen in de peilingen hebben besloten niet mee te doen.

Na de
afzegging van beide heren besloot RTL het debat te schrappen om later op die
beslissing terug te komen en de lijsttrekkers van CDA, D66, Groen Links, SP en
PvdA uit te nodigen.

Geert Wilders
zal het wel prima vinden. In zo’n debat is er voor hem toch weinig te winnen,
hij moet het vooral hebben van zijn ongenuanceerde teksten op Twitter. Maar Mark
Rutte zal zich nog wel eens achter de oren krabben over deze strategische blunder.
Het blijft immers wel het premiersdebat en met hangende pootjes vragen of hij toch
mee mag doen gaat niet gebeuren.

Een premiersdebat
zonder de VVD.

In de
peiling van vandaag staan de vijf partijen die wel mee doen samen op 71 zetels.
Ik verwacht dat dit aantal na het premiersdebat verder zal groeien en dat één
van de vijf wél aanwezige lijsttrekkers premier zal worden. Als je dus al
strategisch wil stemmen doe het dan op één van deze vijf partijen.

Jesse Klaver
heeft ambities met Groen Links en vandaag vertelde hij in Buitenhof dat hij er
alles aan zal doen om te zorgen dat er een progressief kabinet komt.

De kritische opmerkingen van PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem deden hem niet zo veel. “Het zal allemaal wel, na 15 maart is dat
allemaal vergeten en vergeven”.


Na het premiersdebat wordt alles anders en zullen er grote veranderingen plaats gaan vinden. Groen Links zou zo maar eens de grootste partij kunnen worden.


Mijn stem op 15 maart gaat naar
Lodewijk Asscher. Een strategische stem. Hij zou een geweldige premier zijn,
maar ook niet misstaan als minister in het eerste kabinet Klaver.

Samen vooruit.




Dit is mijn tweede column over de naderende verkiezingen. Eerder schreef ik “Een goede grap”