Kleine jongen

In mijn gesprekken met nieuwkomers stel ik veel vragen. Ik vraag soms naar de bekende weg, maar mijn vragen zijn functioneel. Ik stel vragen om mensen verder te helpen. Zelf word ik ook verder geholpen, want nieuwkomers stellen ook vragen aan mij.

Er is een vraag die steeds terugkeert en dat is: “Meneer, ik wil uw advies?” Ik probeer mijn antwoord altijd kort en kernachtig te formuleren en het komt altijd op hetzelfde neer.

“Ik kan jou geen advies geven. Dat kun je alleen zelf doen. Ik kan je wel de weg wijzen.” Want tijdens ons leven kom je soms op een kruispunt en dan moet je kiezen welke kant je op gaat. En kiezen moet je zelf doen.

Daar zit bij veel mensen juist de moeilijkheid. Veel mensen die ik spreek hebben nooit geleerd dat ze ook zelf keuzes mogen maken. Ik help ze daar dan bij en dat is wat ik doe. Niet meer en niet minder.

“Zullen we samen naar een liedje luisteren?” Ik antwoordde: “Ja, een goed idee.” De vraag was niet van mij, maar van Kaniwar, een vriendelijke jongeman wiens wieg stond in Aleppo. Hij luisterde naar André Hazes om Nederlands te leren. We zaten samen aan de ronde tafel in mijn kamer en hij startte de videoclip van Kleine jongen. Ik was geëmotioneerd want ik dacht aan mijn vader en we hadden vervolgens een mooi gesprek. We spraken samen iedere zin zorgvuldig door en vertelden elkaar wat we dachten. Ik leerde die dag dat muziek heel functioneel kan zijn in mijn werk. Door muziek kom je bij je emoties en zo maak je vaak de weg vrij om verder te gaan richting de toekomst.

In mijn gesprekken heb ik sindsdien regelmatig muziek ingezet, niet altijd hoor, maar alleen als ik dacht dat het nodig was. Ook “Kleine jongen” kwam dit jaar een paar keer voorbij.

Net kreeg ik per WhatsApp een kerstwens van Waleed, een jongen geboren in Daraa, ten zuiden van Damascus. Als antwoord stuurde ik de link van “Kleine jongen” terug.

“Echt een mooi liedje meneer, ik begrijp precies wat er gezegd wordt.”

Deze woorden maakten mij blij.

Kaniwar en Waleed bedankt!

Kaniwar en Waleed wonen in de gemeente ’s-Hertogenbosch en
studeren op het Koning Willem I College. Kaniwar werkt in een garage en wil een goede automonteur worden, maar dat is hij volgens mij al. Waleed wil later architect worden en voetbalt bij FC Engelen. Ik heb geen verstand van voetbal, maar ik denk dat hij goed is. Ik weet ook wat voor werk ik wil doen. Ik wil met mensen werken en dat doe ik dus ook. Al die mensen voor wie en met wie ik werk wil ik een fijne kerstvakantie toewensen. We zien elkaar in 2019.

 

 

 

Gefeliciteerd!


 

Het filiaal van de Albert Heijn in de Vughterstraat bestond vijf jaar. Vijf jaar alweer, ik kan me nog herinneren dat er discussie was over een dergelijke supermarkt in de Bossche binnenstad. Hoe moest dat met het laden en lossen en was daar wel markt voor. Op een steenworp afstand in de Arena was er immers al een supermarkt van dezelfde keten.
Ik fietste er vijf jaar bijna dagelijks langs en zag ook wel dat het er druk was. Na mijn verhuizing uit de stad, nu bijna drie jaar geleden, kwam ik er eigenlijk niet meer. Tot voor kort want sinds half mei werk ik bij de Inburgering van het Koning Willem I College in de Sint Jorisstraat en dit is bij die Appie om de hoek. Af en toe loop ik er wel binnen voor een broodje of wat lekkers.

Afgelopen dinsdag was ik er ook en kwam  er dus achter dat de winkel vijf jaar bestond. Daar stond de bedrijfsleider heel trots te wezen en hij bood mij ook een gebakje aan.
‘Waarom niet’, dacht ik en ik koos een lekker stuk appelkruimelvlaai. Ik kreeg er ook een kopje koffie bij en stond ondertussen om me heen te kijken aan een statafeltje. De bedrijfsleider deed zijn best om gebakjes te slijten aan het winkelend publiek, maar de Nederlandse vrouwen die hij aansprak waren steevast aan de lijn, de Nederlandse mannen waren allemaal gehaast. Gelukkig was daar ook een Syrisch stelletje.

Nadat de bedrijfsleider had uitgelegd waarvoor het gebak was kreeg hij een hand en uitgebreide felicitaties. De man wilde zelfs met de bedrijfsleider op de foto.
Vervolgens kwamen de Eritrese jongemannen. Het leek wel een optocht. Ze gaven allemaal netjes een hand, namen het gebakje graag aan, bedankten voor de koffie en liepen vervolgens ook de winkel weer uit.

Dank aan het filiaal in de Vughterstraat. Wat een leuk initiatief waarmee jullie, waarschijnlijk onbedoeld, je bijdrage hebben geleverd aan de inburgering van een groep nieuwe Nederlanders.