Een theekransje

Tekst bij het afscheid van Fien van den Broek in de Blokhut te Eindhoven.





We zijn vandaag samen om afscheid te nemen van Fientje van den Broek-Craanen. 

Oma Fien.
 
Fien overleed op 13 november en is bijna 93 jaar geworden.
Voor haar vandaag geen heilige mis,  geen herdenkingsdienst, geen ingewikkelde ceremonie. Bij de familie van den Broek doen ze dat anders! Nee ik moet zeggen, bij de familie van den Broek doen WE dat anders, want De familie van den Broek, daar hoor ik ook bij en ik zal zo nog wel uitleggen hoe dat zit. 
 
Wij vieren het afscheid gewoon met een theekransje. Fien hield van theekransjes, met een wisselende groep dames deed Fien 40 jaar aan theekransjes. 
Het gezin van Fien van den Broek was een bijzonder gezin. Laat ik ze even aan u voorstellen. Fien en haar man Jo kregen vier kinderen. Clemens, Hans, Patries en Marcel. 
 
Jo overleed al zo’n halve eeuw geleden en ook Clemens en Hans zijn niet meer onder ons, net als kleinzoon Bart. We zijn enige momenten stil om ook aan hen te denken.
Fien bleef ondanks alle verdriet altijd opgeruimd en positief. De dementie was in zekere zin een verlossing voor haar; ze vergat haar verdriet.
Positief, opgeruimd en ook dankbaar. Ik herinner me een bezoek zo’n vijf jaar geleden toen ze nog niet in de Tulp woonde, maar in een huis waar de zorg simpelweg te kort schoot omdat er te weinig mensen werkten. Toen we binnenkwamen rook het niet al te fris, ze was gevallen en lag op de grond. Het eerste wat ze zei toen we binnenkwamen was: “de mensen zijn hier zo aardig voor me”
Een bijzonder gezin zei ik al, niet in de laatste plaats omdat iedereen er welkom was en omdat iedereen er welkom bleef. Patries en Marcel kregen nieuwe partners, maar hun oude partners zijn hier ook. 
 
Nadat Hans overleed in 2005 kwam ik in het leven van zijn vrouw Ankie en sindsdien hoor ik ook bij de familie van den Broek. Vanaf dag één voelde ik me er welkom.

Het is een creatief gezin. Dochter Patries is creatief in de keuken en op het podium, ze zal vandaag zingen. 
 
Zoon Marcel staat niet graag op het podium. Hij zei gisteren “ik ben meer van de plaatjes dan van de praatjes”. Marcel maakte dus een levend schilderij dat u hier op het scherm ziet.
Harde werkers zijn het ook. Patries doet het liefst alles zelf. Zij maakte de soep voor vandaag, haar man Henri mocht de balletjes draaien.
En als u goed naar het levend schilderij van Marcel kijkt dan ziet u dat daar ook wat uurtjes werk in zitten.
Een Creatief gezin én mensen met oog voor detail. Kleinzoon Daan zorgde voor het decor vandaag. Let op de lelietjes van dalen en ook op de schalen met peren; bij Fien thuis was er vroeger een perenboom Let ook op de theemuts en het theeservies en het gehaakte randje om de kist dat Kitty maakte.
Fien is hier ongeveer tot half 3, ze ligt bij de open haard want ze hield niet van kouwe voeten. Om half 3 brengen wij haar met een kleine groep naar het crematorium.
Deze bijeenkomst moet niet te statisch worden zei Marcel gisteren, er zijn een paar mensen die iets willen zeggen, er is een playlist met liedjes die Fien mooi vond en er is Gerrit die gitaar speelt. Hoe het precies gaat lopen weten we nu nog niet en dat is ook niet erg. Want in huize van den Broek geldt alles kan en alles mag. Er is voldoende te eten en te drinken en U mag huilen, lachen, applaudisseren, meezingen, opstaan, een rondje lopen en even bij Fien langs.
Geen heilige mis,  geen herdenkingsdienst, geen ingewikkelde ceremonie. Dit is een theekransje, maar het is zeker geen heilloze bedoeling. Bij de open haard staat een collectebus voor het Leger des Heils.

Ome Frans

Tekst uitgesproken bij het afscheid van Frans van der Meijs op 27 augustus 2016.


Frans was een familieman en het kwam goed uit dat hij veel familie had. Broers, zussen, neefjes, nichtjes. Cok, de familie Kuil.
 
Maar daar bleef het niet bij want wij en dan bedoel ik het gezin van Jan en Nel van Uffelen uit Langeraar waren OOK familie van Frans. Immers, Frans bracht bijna ieder jaar de kerst bij ons door en mijn broer, zus en ikzelf noemden hem altijd OME FRANS, dus geen FRANS, geen OOM FRANS, maar OME FRANS.
OME Frans en mijn vader waren min of meer buurjongens in de Zuidbuurt in Maasland. OME Frans was 3 jaar ouder dan mijn vader, ze hebben nooit bij elkaar in de klas gezeten maar werden beiden onderwijzer en vonden elkaar ook in het verenigingsleven te Maasland.
OME Frans hoorde er gewoon bij en was echt onderdeel van ons gezin. Iedere kerstvakantie kwam hij met de fiets naar Langeraar, meer dan 50 km fietsen, maar daar draaide hij zijn hand niet voor om, hij was ook wel eens naar de Dordogne komen fietsen toen we daarop de camping stonden. En als hij dan bij ons was in de kerstvakantie stond hij iedere morgen erg vroeg op en wandelde hij naar de bakker om warme
broodjes te halen. Ook wisten wij dat als OME Frans kwam dat er de volgende dag kerstkransjes aan de boom zouden hangen. Je zag hem genieten van het gezinsleven en hij deed ook mee aan onze jaarlijkse sjoelcompetitie en voor hem was het meedoen belangrijker dan het winnen. Tijdens die kerstdagen zag je hem ook heel veel kaarten schrijven, kaarten naar al zijn familieleden en vrienden, veelal zelf gemaakt en met een stichtelijke spreuk.
Heel soms kwam hij niet met de kerst. Hij ging dan naar zijn andere familie in Canada. Wij vonden dat maar saai, een kerst zonder OME Frans.
Twee keer zijn we die decemberweken ook naar Zuid-Frankrijk gegaan met ons gezin en OME Frans ging natuurlijk mee. In december 1983 zou hij met de fiets vanaf het station in Avignon naar ons huisje komen, 70 kilometer. Ik vond het maar lang duren en ben hem tegemoet gefietst. We hebben die weken veel samen gereden, maar OME Frans was een familieman en ik, in die tijd een eigenwijze puber die alleen deed waar
die zelf zin in had. Ik ging dus iedere dag fietsen en OME Frans ging de ene dag met mij en de andere dag met de rest van ons gezin op pad.
Mijn vader maakte handig gebruik van mijn adoratie voor OME FRANS. Toen ik op een leeftijd was dat ik niet meer graag mee ging op visite bij opa en oma opperde hij. “Joh ga er gewoon met de fiets naar toe, net als OME FRANS.
Een nieuwe traditie was geboren, ik ging voortaan op de fiets naar mijn grootouders in Maassluis.
Ook toen wij ouder werden en ieder onze eigen weg gingen bleef er contact met OME Frans, die ik voortaan gewoon bij zijn voornaam noemde. Zo waren wij als gezin bijvoorbeeld ook aanwezig bij zijn afscheid als onderwijzer en is hij ook eens bij mij in Nijmegen op bezoek geweest toen ik daar studeerde.
Vaak gingen onze gesprekken over fietsen, versnellingen en derailleurs en in augustus 2011 ben ik nog eens met hem gaan fietsen. Dat was best confronterend, toen we Vlaardingen uit de polder in fietsten was hij op zijn gemak maar zodra we zijn huis naderden wist hij de weg niet meer.
De laatste jaren van Frans zijn leven waren niet zijn beste jaren. Ik kan me moeilijk voorstellen hoe het is als je zo de grip op alles kwijt raakt. Mijn vader was verdrietig want echt contact met zijn oude vriend was erg moeilijk geworden. In 2013 overleed mijn vader plotseling en bij het afscheid had ik wel echt contact met Frans. Hij zei niet veel maar de omhelzing was intens. Wat een breekbare man was het geworden, Frans van der Meijs, mijn OME FRANS.
Vorige week zondag is mijn moeder nog bij hem op bezoek geweest. Mijn moeder vertelde aan Frans over mij en dat ik deze zomer naar Berlijn ben gefietst.
Frans glimlachte en zei even later.
NEL EVEN NAAR LANGERAAR FIETSEN en dat was het laatste wat ze van hem gehoord heeft.
OME FRANS,
GOEDE REIS.
 
Met Ome Frans op 24 augustus 2011
 

Aanraken

Korte boekrecensie voor De Nieuwe Meso. Ook hier te lezen.
 
Toen ik als docent werkte in het mbo vond ik het een goede gewoonte om al mijn leerlingen bij aanvang van het schooljaar een hand te geven. Een stevige handdruk waarbij ik de ander goed aankeek. Een belangrijk begin van het schooljaar.
In mijn overtuiging ben je in het onderwijs in de eerste plaats een opvoeder. Je hebt immers de pedagogische verantwoordelijkheid over kinderen. En bij opvoeding hoort ook aanraking. Aanraken en aangeraakt worden is een normale behoefte van ieder mens. “Aanraken is een levensbehoefte en omdat aanraken tot verbondenheid leidt met jezelf, de ander en de wereld om je heen, mag het pedagogisch handelen nooit verworden tot een instrumentele aanpak.”  Aldus Simone Mark in haar boek Pedagogisch Contact, Verbondenheid door aanraking (Centrum voor Pedagogisch Contact, 2015).
Mark bewaart goede herinneringen aan haar kleuterjuf en toen ze jaren later zelf ging lesgeven werd ze zich er van bewust dat ze haar leerlingen als vanzelfsprekend aanraakte zoals haar kleuterjuf deed. “Het is nooit voorgekomen dat een leerling afwijzend reageerde. Zodoende werd aanraken voor mij een normaal aspect van communicatie met kinderen.”
Het boek biedt een theoretische verdieping op het begrip “aanraking”. Het is een boek dat je van begin tot eind kunt doorlezen, maar ook een boek waar je af en toe in kunt bladeren om stil te staan bij je eigen pedagogische professionaliteit. Regelmatig stelt Mark reflectieve vragen aan de lezer. Het boek sluit af met een aantal opdrachten en casussen.
Met dit boek heeft Simone Mark geprobeerd het aanraken van kinderen in een professionele context uit een kramp te halen. Daar is ze wat mij betreft zeker in geslaagd. Want in het onderwijs draait het niet om protocollen en angst voor aanraking. In het onderwijs draait het om écht contact en interactie. Aanraken hoort daar bij. 


Meer info: www.pedagogischcontact.nl

Rustdag



Dinsdag 21 juli 2015. Het was een rustdag in de Tour de France. De renners likten hun wonden na twee weken op de fiets. Er waren persconferenties, extra lange massages, een enkeling liet zijn vrouw overkomen en natuurlijk werden de spieren losgetrapt tijdens een ontspannen trainingsritje. Op zo’n rustdag is het toch primair de bedoeling om energie op te doen voor het vervolg van de Tour al klaagt ook menig renner omdat je door zo’n rustdag ook uit je ritme en dagelijkse routine wordt gehaald.


Een rustdag.

Die 21e juli was voor mij ook een rustdag. Een niet geplande rustdag weliswaar, maar toch een rustdag. Een dag waarop ik energie op zou kunnen doen, maar ook een dag waarmee ik uit mijn ritme werd gehaald.

De 19e waren Ankie en ik op de nachttrein naar Basel gestapt, waar de 20e onze fietsvakantie begon. Na 70 kilometer fietsen langs de Rijn, een kort middagdutje en een Weissenbier op het terras vlogen we die avond echter alweer terug. Er was gebeld; mijn schoonmoeder was stervende en het was toch maar beter om naar huis te komen. 

Vervolgens liep ik tegen mijn onbedwingbare behoefte aan om altijd alles zelf te willen regelen. Pas nadat ik allerlei scenario’s had doorlopen en uitgedacht kwam het in me op dat ik ook gewoon de reisverzekering kon bellen. “Wij kunnen ook helpen hoor” zei de mevrouw van de verzekeringsmaatschappij en nog geen uur later zaten we in een taxi op weg naar de luchthaven van Zurich.

Nu was het dus de 21e en was ik weer thuis. Ankie en haar broers en zussen waakten bij hun stervende moeder en keken om naar hun oude en breekbare vader. Ik zag van een afstandje dat ze het goed deden samen en voortgedreven werden door een hoeveelheid adrenaline. Ik herkende dat maar al te goed, bij de plotselinge dood van mijn vader in 2013 had ik ook zoveel energie en levenskracht gevoeld.

Nu voelde ik dat niet. Ik keek tevreden terug op het afgelopen schooljaar, maar voelde me ook vermoeid. Ik had natuurlijk hard gewerkt en de laatste schooldag was naadloos overgegaan in de eerste vakantiedag.

In de westerse cultuur is een rustdag een dag in de week waarop niet wordt gewerkt. De andere dagen heten werkdagen zegt het woordenboek. Maar in deze tijd van tablets, smartphones, wifi en thuiswerken vind ik het vaak moeilijk werk en privé te scheiden en als je dan ook nog eens politiek als hobby hebt zijn er door het jaar heen eigenlijk weinig echte rustdagen.

Opeens had ik een rustdag. Een dag waarop ik eigenlijk behoefte had om met het verstand op nul ‘s-middags op de bank met een biertje naar wielrenners in Frankrijk te kijken, maar die reden uitgerekend vandaag dus juist niet.

Toch werd het een fijne rustdag. In de middag zat ik lekker op het balkon met mijn nicht Tilly en praatten we over de dood en over het leven. Ankie had nog voldoende energie om die avond een lekkere salade te bereiden en ik maakte daarna nog een korte wandeling met mijn zwager Hans.

De rustdag werd afgesloten met een goed glas wijn met Sander, Monique en Ankie aan het bed van Joop van Hezewijk die rustig lag te slapen.

Een rustdag was waar ik behoefte aan had en een rustdag was wat ik kreeg. Een dag waarop ik terug- maar ook vooruit kon kijken. Een dag ook die me tevreden en gelukkig stemde over het leven dat we samen hebben.

Een dag later werd er in Frankrijk gewoon weer gefietst. De nummer 3 van het klassement Tejay van Garderen stapte af maar de Tour wacht op niemand en die avond kreeg Chris Froome weer een nieuwe gele trui.

Joop van Hezewijk kreeg daar niks meer van mee, maar met alle familie aan haar bed ademde zij nog een paar dagen rustig door. Joop overleed vredig op 25 juli. 


Voor haar is nu iedere dag een rustdag. 





Ankie maakte het schilderij “Droom” in het laatste levensjaar van haar moeder. Voor het schilderij werd ze geïnspireerd door de volgende dichtregels van Toon Hermans:



Ik droom dat er wat groen zou zijn

waar ik mij neer kan leggen
waar ik luisterend naar de zomerwind
iets van een diepe stilte vind
waar ‘k niks meer hoef te zeggen


Zie ook: www.ankievanhezewijk.com










Hogerop

Nathalie rondde onlangs de mbo niveau 3-opleiding schoonheidsspecialist af en kon doorgaan op niveau 4. Maar Nathalie gaat volgend jaar een opleiding tot pedicure doen, ook op niveau 3. Nathalie wil zich graag in de breedte ontwikkelen en een ander vakgebied ontdekken.
Paul deed het gymnasium. Daarna ging hij naar de Pabo. “Ik wilde altijd al op een basisschool werken, maar ja, ik kon goed leren, dus ik heb het gymnasium maar afgemaakt”.
Marijn haalde haar havo-diploma. Ze dacht aan de kunstacademie maar ze wilde toch vooral iets ambachtelijks doen en ging naar het mbo om te leren hoe je meubels kunt maken. Dat beviel haar uitstekend.
Nathalie, Paul en Marijn maakten een keuze. Ze kozen welbewust voor een opleiding en dat was niet perse de hoogst haalbare opleiding.
Zelf ging ik na het behalen van mijn vwo-diploma naar de universiteit. Dat was wel het hoogst haalbare, maar werd geen succes. Ik ben gewoon niet zo’n wetenschappelijk type.
“Het stoort mij dat iedereen altijd maar hogerop wil”.
Dit was het citaat op de voorpagina van de Volkskrant waarmee het interview met onderwijsminister Jet Bussemaker werd aangekondigd. Er stond ook een foto bij.
Het lijkt me niet fijn als je als onderwijsminister wordt neergezet als iemand die het storend vindt dat mensen
hogerop willen. Vervelend dat zo’n citaat een eigen leven gaat leiden en het is ook helemaal niet wat ze wilde zeggen. Uit het interview komt een veel genuanceerder beeld naar voren.
Bussemaker is sociaaldemocraat en voor sociaaldemocraten is onderwijs hét instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving. Via onderwijs krijgen jongeren meer kansen dan hun ouders. Via onderwijs komen jongeren hoger op de maatschappelijke ladder. Onderwijs stelt jongeren in staat om actief deelnemer te worden aan het maatschappelijk proces van samenleven en werken.
Ouders willen het beste voor hun kind, maar verwarren het beste vaak met het hoogst haalbare. Het Nederlands onderwijsstelsel zit ook zo in elkaar dat je steeds geneigd bent maar hogerop en hogerop en hogerop te gaan. Net zolang tot je vastloopt. Op het hbo en op de universiteit vallen de studenten bij bosjes uit.
Ik geloof zeker dat de kwaliteit van het onderwijs op hbo en universiteit nog kan verbeteren. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je op een plek komt die bij je past. De plek die bij je past is de plek waar je gelukkig bent en jezelf kan
zijn. De plek ook waar je jouw kwaliteiten het best kan ontwikkelen.
En de plek die bij je past is dus niet altijd een plek hogerop.

Wielrennen is een mannensport

Achter elke succesvolle man staat een sterke vrouw en dat geldt natuurlijk ook voor wielrenners.

Adrie van der Poel heeft zijn Corinne.

Lars Boom heeft zijn Niké.

Niki Terpstra heeft zijn Ramona.

Alejandro Valverde heeft zijn Natalia.

En dan Joop Zoetemelk. Hij fietste vooral om niet thuis bij zijn drankzuchtige vrouw Francoise te zijn en nadat Francoise in 2008 overleed bracht zijn buurvrouw Dany vreugde in het leven van Joop. Als dat eerder was gebeurd had hij de Tour de France vast vaker gewonnen.

Ik las laatst een interview met Claudine Merckx. Toen ze 18 was viel ze voor de ogen en de glimlach van Eddy, die later menig klassieker en vijf maal  de Tour de France zou winnen.

“De ideale rennersvrouw moet haar plan trekken. Ik zorgde ervoor dat Eddy thuis tot rust kon komen. Ik heb tijdens zijn carrière gendarme gespeeld. Elke dag weer had ik alle journalisten aan de lijn. Het was een andere tijd. Wielrennen was een kleinere wereld. Vrouwen bleven toen thuis.”

Tijden veranderen.

Alhoewel?

De vrouwenkalender bestond dit voorjaar slechts uit vier klassiekers. De Ronde van Drenthe, de Trofeo Alfreda Binda, de Ronde van Vlaanderen en de Waalse Pijl.

Nee, dan de mannen. Vanaf 28 februari waren er de afgelopen maanden maar liefst 14 eendaagse wedstrijden en er deden dan misschien vijf vrouwen mee aan de door een man georganiseerde KlassiekerKing. Uiteindelijk bestonden de vijf teams van die vrouwen uit vijf keer vijftien mannen.

Achter iedere sterke wielrenner staat een vrouw, maar wielrennen is en blijft een mannensport. Daar doet de overwinning van Karlijn van den Anker in de Klassiekerking 2015 niks aan af.

Ik feliciteer Karlijn met de overwinning. Ik prijs me gelukkig met de dagprijs van Gent-Wevelgem, de enige echte mannenkoers dit jaar.

Reinoud van Uffelen

27 april 2015

Zomervakantie

 “Vakantie” twitterde Ivo op
donderdag 23 mei kort nadat hij zijn laatste VMBO-examen
  had gemaakt. Hij was er vrij zeker van dat
hij geslaagd was en, okee, hij moest nog een keer naar school om zijn boeken in
te leveren en natuurlijk ook om zijn diploma op te halen, maar de MBO-opleiding
van zijn keuze zou pas op maandag 26 augustus beginnen. Ruim drie maanden
zomervakantie. Drie maanden!

Denk je eens in, 16 jaar en
drie maanden niks doen. Met de huidige jeugdwerkloosheid liggen ook de
vakantiebaantjes niet voor het oprapen en met je vrienden een weekje naar
Lloret de Mar of Renesse is leuk, maar thuis wacht weer die lange
zomervakantie. Een periode van uitslapen, rondhangen en eindeloos relaxen breekt
aan.

Het is vreemd dat naarmate
kinderen ouder worden hun zomervakanties steeds langer worden. Op de
basisschool krijgen ze zes weken en, in het voortgezet onderwijs zelfs zeven.
Op papier dan, want op veel scholen is de laatste toetsweek vaak al twee weken
voor het officiële begin van de vakantie. Afhankelijk van de regionale
vakantiespreiding heeft een leerling die VMBO-examen doet zelfs iets meer of
iets minder dan drie maanden vakantie. Drie maanden lang is de leerling dus
niet in beeld als leerling. Niet bij het VMBO en ook niet bij het MBO.

In die drie maanden kan er
een hoop gebeuren. Het merendeel van de leerlingen slaagt voor het examen en
vervolgt na die lange zomervakantie zijn schoolcarrière op de HAVO of in het
MBO. Maar er zijn ook leerlingen die in de zomervakantie 18 worden en die geen
zin meer hebben in school, er zijn leerlingen waarvan in de zomervakantie hun
vader of moeder overlijdt, leerlingen die een ongeluk krijgen, leerlingen die
op het laatste moment toch besluiten een andere studierichting te kiezen,
leerlingen die het opeens allemaal niet zien zitten, leerlingen die zich op
drie verschillende ROC’s hebben ingeschreven en ook leerlingen die zich ondanks
de inspanningen van hun mentor en decaan nog in het geheel niet hebben aangemeld
voor een vervolgopleiding.

Die lange zomervakantie
levert dus altijd een aantal voortijdig schoolverlaters op en op het Ministerie
noemt men dit verschijnsel het Zomerlek.

In de regio ’s-Hertogenbosch
proberen we dit zomerlek te dichten met het programma VSV-manager. Het is een eenvoudig systeem dat de professionals
van het VMBO en het MBO bij elkaar heeft gebracht. De decanen van 12 VMBO’s
voeren allemaal de zelfde administratie. Ze wijzen sommige leerlingen aan als risicoleerling en er zijn twee brugwachters die samen met leerplicht
meekijken en actie ondernemen als dat nodig is.

Het zomerlek zal nooit
helemaal gedicht worden en het is ook nooit helemaal te voorkomen dat
leerlingen een verkeerde studiekeuze maken. Uitvallers op het MBO zullen er
altijd blijven en daarvoor hebben we op het Koning Willem I College gelukkig de
Succesklas.

Natuurlijk heeft iedere regio
zijn eigen systeem of project en dat is prima. Waar het bij de overstap
VMBO-MBO uiteindelijk om draait is een regionale betrokkenheid en een gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid.

Ik wens iedereen een fijne
zomervakantie!



Mijn column “zomervakantie” verscheen op de website www.aanvalopschooluitval.nl van het Ministerie van OC en W.