Brandweerman

 
In de sportschool vroeg iemand mij wat ik eigenlijk voor
werk deed. Het was voor het eerst sinds ik de sportschool bezoek dat ik deze vraag kreeg.
De vraag bracht me uit mijn evenwicht, want in de sportschool wil ik eigenlijk niet over mijn werk praten. En wat deed ik eigenlijk voor werk? Ik gaf natuurlijk gewoon netjes antwoord en lulde er een beetje omheen. Toen moest ik aan mijn vader denken.
Mijn vader was onderwijzer en directeur van een basisschool. Daarnaast had hij ook nog allerhande bestuursfuncties. Hij werkte veel en hard
en was altijd met andere mensen bezig. Aan het begin van iedere zomervakantie was hij zo gestrest dat het een paar dagen duurde voor hij weer op aarde en in ons gezin was geland. In die dagen hadden wij ook meestal onze conflicten die dan bijvoorbeeld gingen over het opzetten van de tent. Hij wilde de dingen op zijn manier doen en ik ook en dat botste soms. Eigenlijk een heel gewoon vader-zoon-dingetje.
Maar in de loop van de vakantie daalde de rust neder en werd alles weer relaxed. Mijn vader maakte ook graag praatjes met iedereen die hij tegenkwam. Ik liep een keer met hem op de camping en toen vroeg iemand wat voor werk hij eigenlijk deed.
Met een uitgestreken gezicht vertelde mijn vader gewoon dat hij brandweerman was. Ik moest moeite doen om niet in de lach te schieten, maar wat was ik trots op mijn vader die gewoon heel serieus de grootst mogelijke onzin aan het verkopen was.
Ik heb hem regelmatig met de BBQ in de weer gezien en ik betwijfel of hij een goede brandweerman zou zijn. Maar wat kon die man makkelijk ouwehoeren en goed met mensen omgaan. Ik ben blij dat ik dat van hem geleerd heb.

Bewaar ik voldoende professionele afstand?

Ik begeleid jonge mensen en ik probeer dat zo betrokken
mogelijk te doen.
In mijn begeleiding maak ik veelvuldig gebruik van WhatsApp.
Ik werk namelijk met jonge mensen die nog maar kort in Nederland zijn, de meesten zijn asielmigrant en WhatsApp is gewoon een heel functioneel communicatiemiddel. Omdat de applicatie ook op mijn computer staat en  bijna alle mensen die ik begeleid een smartphone hebben, kan ik heel makkelijk informatie delen. Zo zie ik ook mijn rol;
ik ben een wegwijzer in de Nederlandse samenleving.
Ik deel bijvoorbeeld via WhatsApp een pagina van een
school of van de overheid, vervolgens maak ik een nieuwe afspraak waarin we over de betreffende pagina kunnen praten. Zo zet ik de jongeren zelf aan het werk, want ze kunnen de informatie zelf lezen en tot zich nemen. Vaak gebeurt dat ook en hebben we tijdens de volgende afspraak een gesprek hierover. Soms gebeurt het niet en gebruik ik het volgende gesprek om hen de informatie hardop te laten voorlezen.
Door WhatsApp te gebruiken werken zij aan hun taalbeheersing en bijkomend voordeel is dat het voor mij weer snel duidelijk is waar onze afspraak ook alweer over ging, want soms ben ik vergeetachtig en ik spreek veel mensen.
Onlangs sprak een vriend mij hier op aan. “Bewaar je wel
voldoende professionele afstand?” De vraag bracht mij aan het twijfelen, want in mijn telefoon zitten meer dan 1000 contactpersonen.
Soms hebben collega’s twee telefoons, eentje voor het werk en eentje voor privé. Dat heb ik ook een tijdje gehad, maar daar werd ik echt helemaal gek van. “Maar word je dan niet overspoeld door appjes van je werk?” Mijn antwoord daarop was nee. Als ik aan mensen mijn nummer geef zeg ik er altijd bij dat de telefoon van school is. Ik zeg niet dat de telefoon ook mee naar huis gaat, maar dat doet-ie wel. De telefoon ligt in de woonkamer op de vensterbank aan de oplader en gaat niet mee de slaapkamer in. Soms krijg ik ’s-Avonds wel eens een berichtje en die beantwoord ik dan de volgende morgen.
Ik ben natuurlijk geen therapeut, maar een begeleider van jonge mensen voor wie bijna alles in onze samenleving nieuw is en die, hoe je het ook wendt of keert, een taalachterstand hebben. Deze mensen verdienen dat er iemand achter ze staat. Ik kan die rol vervullen en WhatsApp helpt me daarbij.
Heel soms krijg ik ’s-Avonds of in het weekend een appje zoals laatst van de jongen wiens mentor mij had verteld dat succeservaringen erg belangrijk voor hem zijn.
“Meneer we hebben vandaag 5-2 gewonnen ik heb 2 doelpunten gescoord”.
Als ik zo’n een appje krijg hoef ik niet na te denken of ik
met mijn antwoord wacht tot maandagmorgen.
“Goed zo jongen” appte ik terug.
 

Judith

Wachttijden bij DUO.
 
Regelmatig bel ik naar DUO. Niet omdat dat mijn hobby is, maar gewoon om nieuwkomers in Nederland die inmiddels op het MBO studeren en rec ht hebben op studiefinanciering watvooruit te helpen. Nederland is een land van regels, procedures, formulieren, inlogcodes en wachtwoorden. Zie dan als nieuwkomer in ons land de weg maar eens te vinden. Bijkomend probleem is ook nog eens dat mensen vaak meerdere telefoons en/of sim-kaarten hebben en als je dan bent ingelogd bij digi-d komt de beveiligings-sms vaak aan op het verkeerde nummer. Maar bellen vind ik altijd fijn, dan heb je immers gewoon menselijk contact.
In de ochtend hoef je nooit lang te wachten en vanmorgen was ik blij verrast. Ik belde mede namens een nieuwkomer en had alle benodigde informatie bij de hand en hij had ook de goede telefoon bij zich. Ik ken het spelletje inmiddels als ik namens een nieuwkomer bel. Nadat ik het BSN-nummer heb gegeven vraagt de DUO-medewerker aan de nieuwkomer of hij of zij het goed vindt dat de medewerker het gesprek verder met mij voert. Heel soms gebeurt het dat mensen het liever
zelf doen en dat maakt me blij, het uitgangspunt van mijn hulpverlening is immers dat mensen zelfredzaam worden, maar als dat nog niet lukt, dan help ik gewoon nog even verder. Vanmorgen kreeg ik dus de telefoon terug en toen zei de mevrouw aan de andere kant van de lijn: “Zo Reinoud, daar ben ik weer.”
Niet zomaar een helpdeskmedewerker dus maar een mens van vlees en bloed die gewoon mijn naam had onthouden. Ik moest eerlijk erkennen dat ik niet meer wist hoe zij heette, maar toen ik er om vroeg herhaalde ze haar naam voor mij. Ik werd prima verder geholpen en na afloop van het gesprek wensten we elkaar een fijne dag.

Judith bedankt!

Vertrouwen

 
Vorige week zei Freek de Jonge iets moois overcvertrouwen. Het was in een interview met de Volkskrant en zijn filosofie dat alles begint met vertrouwen spreekt mij erg aan.
Hij gaat uit van de drie pijlers vertrouwen, discipline en concentratie. Als je die drie dingen op orde hebt, dan komt het goed.
Dat is ook mijn stellige overtuiging. Alles begint met vertrouwen. Als het vertrouwen er niet is dan ontbreken de discipline en concentratie ook. Vertrouwen is voorwaardelijk.
Als je zoals ik heel veel luistert en praat met kwetsbare mensen over hun ontwikkeling, over hun kansen, over hun frustraties, over hun onmacht en over hun boosheid, dan kom je automatisch ook te praten over vertrouwen.
Het maakt mezelf ook kwetsbaar en soms maakt het wel eens dat ik andere mensen in het systeem waarin ik werk niet meer vertrouw en dat vind ik geen fijn gevoel. Het maakt soms dat je tegenover anderen komt te staan en dat terwijl we het toch samen moeten doen op deze wereld.
Freek de Jonge: “Gisteren ging het op tv over kinderen en pesten. En dan hoor ik het woord zelfvertrouwen. Maar dat is een onhanteerbaar begrip. Vertrouwen in jezelf en in een ander verschilt niet van elkaar, dat is één ding. Je hebt zelfvertrouwen doordat je de ander vertrouwt, maar ook doordat de ander jou vertrouwt. Pesten is een typisch gevolg van een gebrek aan vertrouwen, zowel bij de pester als de gepeste.”
 
Deze alinea heeft mij de afgelopen week bezig gehouden en dan vooral het vetgedrukte zinnetje. Ik heb het meerdere malen gelezen en het is voor mij een groot inzicht, dat het één ding is. Iets dat ik eigenlijk wel wist, maar het kon geen kwaad het nog een keer zwart op wit te lezen.
Ik kijk met vertrouwen naar de wereld. En met mijn discipline en concentratie
komt het dan ook weer goed.
 

Kompas

De afgelopen maanden heb ik veel en hard gewerkt en dat is niet heel slim als je nog maar iets meer dan een jaar geleden een tijd bent uitgevallen met een burn-out.

Een burn-out die als een sluipmoordenaar toesloeg omdat ik te veel van mezelf had gevraagd en niet duidelijk was in het aangeven van mijn grenzen.

Ik ben iemand die heel veel aankan en dus ook veel werk kan verzetten. Ik doe dat met een zekere gedrevenheid.

Begrijp me niet verkeerd; er is niks mis met gedrevenheid, maar de overtreffende trap van gedrevenheid is verbetenheid en als je je te veel in de dingen gaat vastbijten en je te betrokken voelt, dan verdwijnt de ontspanning in je doen en laten.

Ik doe graag verschillende dingen en verveel me snel. Afwisseling is belangrijk voor mij. Ook heb ik altijd een vrij duidelijk beeld van hoe ik denk dat het zou moeten zijn. Ik bedenk dat met mijn hoofd. Daarbij word ik geholpen door mijn innerlijk kompas.

Maar als ik me te druk maak en me te veel ga vastbijten dan verdwijnt daarmee ook mijn scherpe blik en dus ook de blik op dat innerlijk kompas. Ook voel ik het in mijn lichaam, ik kan het in mijn hoofd nog zo goed bedacht hebben, maar de balans tussen lichaam en geest is dan zoek. Ik ga krommer lopen en word stijf en stram.

De afgelopen maanden zocht ik wat houvast in allerhande citaten. Deze gebruikte ik dan bijvoorbeeld in stukjes die ik schreef. Ik kreeg er best veel reacties op en die reacties steunden mij, maar in feite waren het natuurlijk gewoon dingen die ik tegen mezelf zei. Ook gebruikte ik regelmatig tegeltjeswijsheden. Ik had het nodig omdat ik het zelf niet zo goed meer wist.

En toch ga ik altijd vastberaden door. Vastberaden en rustig aan de buitenkant en daardoor is meestal niet te zien dat ik soms ook onzeker ben.

Maar nu voel ik mezelf weer fitter worden en daarmee voel ik ook dat die onzekerheid weer naar de achtergrond verdwijnt. Die onzekerheid mag best weer een tijdje op de achtergrond blijven, maar hoeft niet helemaal te verdwijnen. Het is niet erg om soms te twijfelen en onzeker te zijn. Misschien is de route niet altijd duidelijk, maar als je kompas goed staat afgesteld komt het heus goed. En ik moet niet vergeten rechtop te staan!

 
 
 



Perfect day

In 1972 bracht Lou Reed het album Transformer uit. Daarop staat
het nummer Perfect Day. In de Wereld Draait Door van 15 december stond dit nummer centraal. De vraag daarbij was: “Wat was jouw perfect day in 2017”.


 

Ik had de uitzending niet gezien maar was gelijk getriggerd door de vraag. Vanmorgen bij het ontbijt hadden we het er over en ik wist
meteen welke dag mijn perfect day was. Als verstokte Feyenoord-fan was de kans groot dat ik 14 mei zou kiezen. De dag dat Feyenoord kampioen werd.
Maar mijn Perfect day was twee weken daarvoor al geweest.
Op 28 april vlogen we naar Sarajevo. Ankie had mij deze reis
cadeau gedaan. Ik was al eerder in Bosnië geweest en ze had me geen groter plezier kunnen doen. We zouden 5 nachten blijven en ik zou zelf de hotelovernachtingen, bus- en treinreizen en excursies e.d. gaan regelen. Dat vind ik immers altijd leuk om te doen en ik zat ziek thuis. Ik had tijd zat. 
 
Op 29 april zouden we gelijk een volle dag op excursie gaan. Ergens hoog in het Bjelasnica-gebergte boven Sarajevo ligt het dorpje Lukomir. Ik zag ooit een documentaire over het dorp en had sindsdien een verlangen er te komen. 


Op 1495 meter hoogte is Lukomir het meest afgelegen dorp in het hele land. In de winter is de weg een aantal maanden onbegaanbaar en van te voren was het dus best spannend of we eind april het dorp überhaupt wel konden bereiken. Maar bij het reisbureau boekte ik toch een dagtrip; de weersverwachtingen waren goed en de weg was open. Een gids zou ons
rond 09.00 ophalen in het hotel, maar er was afgesproken dat hij om 8.00 zou bellen. In de bergen kan het weer plots omslaan en bij slecht weer hadden we pech. Om 8 uur werd er gebeld. Het sneeuwde in Sarajevo en je kon geen hand voor ogen zien. In de bergen boven de stad zou het nog veel slechter zijn. De trip werd afgelast. Die dag bleven we dus in de stad, we bezochten wat musea en een moskee en het bleef sneeuwen. 
 
Het werd uiteindelijk toch een fijne dag en de weersverwachting gaf aan dat het beter weer zou worden in Bosnië. We besloten naar het prachtige Mostar te  gaan, een paar uur rijden, om na 1 nachtje weer terug te komen in de hoofdstad. Op 2 mei zouden we dan de excursie alsnog maken. Ik had die dagen een paar keer per sms contact met Branko, de jongen die ons zou begeleiden. 


Het weer leek op te klaren sms-te hij alleen de weg naar Lukomir was onbegaanbaar, als alternatief konden we naar Umoljani, een ander dorp. Dat vond ik jammer, want ik was eerder in het gebied geweest en had Umoljani wel, maar Lukomir nog nooit bezocht.
In januari was ik ziek thuis komen te zitten met een burn-out en ik was een aantal maanden volledig aan huis gekluisterd. Ik was continu moe en had problemen met mijn evenwicht. Onder begeleiding van een
fysiotherapeut en een bedrijfspyscholoog werkte ik aan mijn herstel. Daarbij ging het vooral om bewustwording. Ik werd bewust van de spanning die zich soms opbouwt in mijn lichaam en hoe ik daar dan mee om moet gaan en hoe niet. Het ging iedere dag een beetje beter en ik durfde de reis naar Bosnië aan, maar na 2 nachten in Sarajevo en 1 in Mostar, werd ik op 30 april wakker. Ik kon niet vooruit komen. Ik  had een totale off-day.
Ankie besloot uiteindelijk een taxi te bestellen die ons in een kleine twee uurtijd naar Sarajevo bracht. Daar ging ik gelijk naar bed. Ik kon niks aan die dag.
Branko sms-te nog wel die avond. Het zou een mooie dag worden morgen.
Toen de 4WD voor kwam rijden om 09.00 uur begon Branko met de
woorden; “The road is open”. Ik geloof niet dat ik ooit zo gelukkig ben
geweest, eindelijk ging mijn wens Lukomir te bezoeken in vervulling. Het was nog een aardig stuk rijden en er werden ergens aan de rand van de stad nog boodschappen gedaan, maar dat duurde even, de meeste winkels leken dicht. 
 
En dan verlaat je de stad, kom je in het berggebied en ben je opeens in een andere wereld en toen we uiteindelijk in Lukomir aankwamen ging er echt een wereld voor me open. Er is hier niks te beleven, maar ik had er jaren naar uitgekeken hier te zijn. 



We dronken koffie, bekeken het dorp en zouden een uurtje gaan wandelen naar een waterval. Terug in het dorp zouden we dan wat eten om vervolgens weer terug te rijden naar Sarajevo.

Toen we aan kwamen wandelen herkende ik de stem van Ismet. Ik had de man nooit ontmoet, maar wel op TV gezien. Hij was de hoofdpersoon uit de film “Winterslaap in Lukomir” en uitgerekend hij was de reden dat ik dit dorp wilde bezoeken.
Op de terugreis had ik een gelukzalig gevoel. Branko vroeg me of ik de link van de documentaire nog naar hem wilde sturen en om half 9 die avond sms-te hij mij zijn mailadres.
“Hi, I hope that you are not much tired and I found out why it was so quiet in the city today. On the 2nd of may 1995 the war ended.”


Een link naar de docu vind je hier. Hieronder nog  drie foto’s van mijn perfect day. 

Met Ismet
Trots!
V.l.n.r. Branko, Reinoud, Ankie

 

 
 
 

Want ik ben ook maar een mens

In 2004 bracht de Amerikaanse band Sophia het album “People are like seasons” uit. Het is een van mijn favoriete platen. Zojuist luisterde ik heel bewust naar het nummer “Swept back” van dit album. Ik was tot tranen geroerd.

Eerder dit jaar beleefde ik een periode van totale inactiviteit. Tegenwoordig heeft iedereen het over #burnout en ja, dat was precies wat ik had. Mijn burnout pakte vooral heel erg lichamelijk uit. Ik ben niet somber van karakter, maar ik had genoeg om over te piekeren en ik was toch vooral heel erg MOE en had altijd pijn in mijn nek.

Mijn burnout was ontstaan omdat ik te lang had doorgelopen in een voor mij ongezonde situatie. Ik werk graag, maar ik werkte op een plek die niet het beste in mij naar boven haalde. Ik voelde dat al een hele tijd, maar liep er toch veel te lang mee door. Iedere avond was ik moe.

Nadat ik me had ziekgemeld wandelde ik eerst nog 60 kilometer op Texel, daarna stortte ik pas echt in.

Ik was al moe als ik een blokje om het huis ging en Ankie moest me met de auto naar de bedrijfsarts brengen. Ik kon zelf niet fietsen, laat staan autorijden.

Daarna zette een periode van herstel in. Onder begeleiding van een fysiotherapeut en een bedrijfspsycholoog werkte ik vooral aan bewustwording. Dat was hard werken, maar het wierp wel vruchten af en ik vond het fijn. Ik kreeg weer plezier terug in de dingen die ik deed en ik kon ook al snel meer aan.

In de meivakantie maakte ik een wandeling in de bergen. Ik was vaak nog onevenwichtig, maar wat was ik trots. Kort daarna ging ik ook weer werken. Ik begon met 3×3 uurtjes in een nieuwe rol op een nieuwe werkplek. In de terminologie van de mensen die mij begeleidden, heet zo iets een re-integratie en een herplaatsing. Daarnaast ging ik trouw naar de sportschool en ging het echt iedere week beter met me. Ik had een heerlijke zomervakantie en ik kon zelfs weer boeken lezen. Dat was het jaar daarvoor niet gelukt. Na de zomervakantie ging ik door met opbouwen en al snel werkte ik weer full-time. Ik was veel relaxter geworden in mijn werk en bleef aandacht besteden aan mijn lichaam. Ook mijn politieke rol vervulde ik weer snel en met passie. Ik kon weer heel veel druk aan.

De afgelopen week voelde ik weer veel druk. Ik had inmiddels geleerd me daar bewust van te zijn en die druk te voelen. En inderdaad, ik voelde het maar handelde toch zoals ik altijd doe: rustig en vastberaden, ook als ik dat niet was.

Wat dat betekende merkte ik pas afgelopen zondag. De momenten waarop ik de druk voelde waren al geweest, ik had twee nachten lekker geslapen en een heerlijke zaterdag beleefd samen met Ankie en een aantal goede vrienden. Dat was een fijn samenzijn, maar ik miste mijn vriend Gerard die in oktober was overleden.

Zondag kwam bij mij alles er uit.

Van veel mensen die een burnout hebben gehad had ik al gehoord dat er soms zo’n moment komt. Zo’n moment dat je het gevoel hebt dat je teruggeworpen wordt in een situatie die je niet wil. In gewoon Nederlands een KUTDAG.

Wat dan helpt zijn goede gesprekken, een flinke huilbui, een wandeling door de sneeuw, een rustig haardvuur en vooral een goede nachtrust.

Maandag ging ik weer fluitend naar mijn werk, al was ik nog moe. Ik weet nu dat zo’n burnout er niet alleen inhakt, maar altijd bij je blijft. Maar wat is het belangrijk dat ik zelf nu de signalen herken en er naar handel.

Want ik ben ook maar een mens.

p.s. Misschien stemt de hoes je niet vrolijk, maar de muziek is zeer troostrijk. Ik kan je vooral het nummer Swept Back aanraden.

de iMac

(Bij het afscheid van Hans Schaepkens op het Koning Willem I College)


Het was in 2008.  Ik kende Hans al een aantal jaren en ik had behoefte aan wat loopbaanbegeleiding. Ook waren er wel wat dingetjes gebeurd in mijn leven waar ik eens met een coach over wilde praten.

Zo kwamen wij in gesprek, soms in een apart kamertje, maar vaak ook gewoon in de rode zitjes in “La Cantina”. Ik mocht Hans graag, hij was betrokken, rustig en kon erg goed luisteren. Soms zei hij wel eens iets
dat ik niet snapte, maar dat legde ik dan naast me neer of ik onthield de uitspraak en begreep het later opeens wel.
 
De gesprekken gingen over bewustzijnsniveaus, maar ook over het maken van keuzes. Uiteindelijk maakte ik die natuurlijk zelf, maar Hans hielp mij daarbij. Nadat ik een keuze had gemaakt en mijn loopbaan een andere richting in was gegaan, bleef ik Hans nog een tijdje zien, al werd de frequentie wel minder.
 
Op een gegeven moment vertelde ik Hans dat ik een iMac wilde gaan kopen, maar ontzettend twijfelde. Ik vond het wel veel geld en vond de oude laptop waar ik op werkte eigenlijk nog goed genoeg. Hans was heel kordaat en zei “Ik ga een oefening met jou doen.” 
 
We planden een nieuwe afspraak, er werd een ruimte gereserveerd want voor deze oefening was ook ruimte nodig. Het was immers een oefening in de ruimte. De oefening heette “Het Hoefijzer” en duurde een klein half
uur. Na afloop ben ik naar de stad gefietst om een iMac te kopen.
 
De iMac is inmiddels wat ouder en trager geworden en ik kruip er tegenwoordig ook niet meer zo vaak achter. Maar iedere keer als ik hem aanzet denk ik aan Hans en aan de zweetdruppels op zijn voorhoofd terwijl hij mij begeleidde bij “Het Hoefijzer”.
 
Altijd als ik Hans tegenkwam refereerde ik even aan de iMac. “Hij doet het nog steeds hoor.”
 
Natuurlijk ging ook deze oefening over keuzes maken en ook over je zelf iets gunnen en je zelf af en toe een cadeautje geven.
 
Ik vind het fijn dat Hans mijn coach was en het kenmerk van een goede coach is dat hij zichzelf overbodig maakt. Ook dit jaar heb ik weer (loopbaan)keuzes gemaakt en daar had ik Hans niet meer voor nodig.

Hans bedankt.

Gefeliciteerd!


 

Het filiaal van de Albert Heijn in de Vughterstraat bestond vijf jaar. Vijf jaar alweer, ik kan me nog herinneren dat er discussie was over een dergelijke supermarkt in de Bossche binnenstad. Hoe moest dat met het laden en lossen en was daar wel markt voor. Op een steenworp afstand in de Arena was er immers al een supermarkt van dezelfde keten.
Ik fietste er vijf jaar bijna dagelijks langs en zag ook wel dat het er druk was. Na mijn verhuizing uit de stad, nu bijna drie jaar geleden, kwam ik er eigenlijk niet meer. Tot voor kort want sinds half mei werk ik bij de Inburgering van het Koning Willem I College in de Sint Jorisstraat en dit is bij die Appie om de hoek. Af en toe loop ik er wel binnen voor een broodje of wat lekkers.

Afgelopen dinsdag was ik er ook en kwam  er dus achter dat de winkel vijf jaar bestond. Daar stond de bedrijfsleider heel trots te wezen en hij bood mij ook een gebakje aan.
‘Waarom niet’, dacht ik en ik koos een lekker stuk appelkruimelvlaai. Ik kreeg er ook een kopje koffie bij en stond ondertussen om me heen te kijken aan een statafeltje. De bedrijfsleider deed zijn best om gebakjes te slijten aan het winkelend publiek, maar de Nederlandse vrouwen die hij aansprak waren steevast aan de lijn, de Nederlandse mannen waren allemaal gehaast. Gelukkig was daar ook een Syrisch stelletje.

Nadat de bedrijfsleider had uitgelegd waarvoor het gebak was kreeg hij een hand en uitgebreide felicitaties. De man wilde zelfs met de bedrijfsleider op de foto.
Vervolgens kwamen de Eritrese jongemannen. Het leek wel een optocht. Ze gaven allemaal netjes een hand, namen het gebakje graag aan, bedankten voor de koffie en liepen vervolgens ook de winkel weer uit.

Dank aan het filiaal in de Vughterstraat. Wat een leuk initiatief waarmee jullie, waarschijnlijk onbedoeld, je bijdrage hebben geleverd aan de inburgering van een groep nieuwe Nederlanders.

Makkelijk verdiend

Toen ik als reisleider in Egypte werkte ontving ik een klein salaris. Ik meen dat het ging om een bedrag van 38 gulden per dag. Maar het geld werd na iedere reis gestort op mijn bankrekening in Nederland en hoefde ik nooit aan te spreken. Als ik dan na een paar maanden thuiskwam had ik toch een aardig bedrag bij elkaar gespaard.  



Ik kon immers goed leven van alles wat ik bijverdiende. Om iedere avond met de volledige groep naar een restaurant te gaan vond ik wat te veel van het goede, daarom gaf ik tips waar mensen zelf konden gaan dineren. En als ik dan toch een keer uit ging eten met de hele groep reserveerde ik natuurlijk in een restaurant waar de reisleider na afloop een envelopje mee kreeg. Voor optionele excursies zoals een ezeltocht in Luxor, een snorkeltrip in Hurghada of een jeepsafari in de Sinaï-woestijn kreeg ik ook een flinke commissie, dus het was de kunst om deze excursies zo aan te prijzen dat iedereen meeging.

 
 
Maar ook souvenirs vormden een bron van inkomsten. Iedere toerist die naar Egypte gaat wil iets tastbaars mee naar huis nemen. Papyrus, Alabaster, Saffraan, parfum, waterpijpen, theekopjes. Het aanbod was enorm.
 
Steeds als er een nieuwe groep aankwam waarschuwde ik de mensen al in de bus op weg naar het eerste hotel voor opdringerige verkopers en dat ze vooral goed af moesten dingen. Ook vertelde ik dat men goed uit moest kijken waar men naar toe ging, er werd veel troep verkocht.
“Op de eerste dag tijdens de excursie naar de piramides brengen we een bezoek aan een papyrus-instituut. Daar hebben ze goed spul, daar kunt u op vertrouwen.” Dat de reisleider ook een percentage kreeg van de omzet vertelde ik uiteraard niet. Wel vertelde ik aan het begin van iedere reis dat ze voor goud en zilver nog even geduld moesten hebben en beter konden wachten tot in Luxor.
 
Nederlandse toeristen moet je niet te veel pushen en vooral het gevoel geven dat ze zelf de regie hebben. Aan die hele goud- en zilverhandel moest ik dus niet te veel woorden vuil maken had ik geleerd, maar wel precies genoeg zodat de mensen hun boodschappen zouden gaan doen in de winkel die mij 30% commissie had beloofd.
 
 
 
In Luxor zijn er honderden winkels en als we daar aankwamen vertelde ik eerlijk dat ik zelf absoluut geen verstand had van goud en zilver en het moeilijk zou vinden een keuze te maken. Maar ik vertelde ook dat als je het hotel uitliep, linksaf ging en daarna de tweede straat rechts nam, dat je dan bij de Farouk Bazaar kwam, dat dat aardige jongens waren, dat iedereen daar altijd erg enthousiast over was en dat een collega van mij, die er wel verstand van had, me had verzekerd dat de kwaliteit daar goed was.
 
We verbleven meestal vier nachten in Luxor, er was de nodige vrije tijd en bijna iedereen vond zijn weg naar de Farouk Bazaar. De jongens die daar werkten hadden een uitgekiende werkwijze, ze wisten ook wel hoe je met Nederlanders om moest gaan. Ze boden de mensen een kopje thee aan, toonden belangstelling voor hun reis en vroegen hen in welk hotel ze verbleven en met welke touroperator en reisleider ze op reis waren. Op die manier konden ze de verkopen aan mij koppelen.
 

Op de laatste dag van ons verblijf in Luxor als de groep naar de “Sound&Light-show” was wandelde ik altijd even naar de Farouk Bazaar. Ik zat daar een kwartiertje, dronk een kopje thee en vertelde wanneer ik weer in Luxor zou zijn. Die datum werd in de agenda genoteerd en vervolgens kwam er een bruine enveloppe tevoorschijn. Pas in het hotel durfde ik deze open te maken. De ene keer zat er wat meer in dan de andere keer, maar het was meestal meer dan genoeg om weer een paar weken luxe van te leven.


Eerdere verhalen uit deze serie:



Rechtsaf


Kamer 619

Vierduizend Amerikaanse Dollars