Pinokkio

Schat, zie ik er goed uit?”

Dat is een vraag van een vrouw aan haar man. De vrouw heeft slecht geslapen. Toch gaat de vrouw naar haar werk. Ze heeft zich mooi aangekleed. Ze heeft haar gezicht opgemaakt.
De man ziet dat de vrouw moe is. De man weet dat de vrouw slecht geslapen heeft. De man weet ook dat het soms moeilijk is op haar werk.
De man zegt: “Schat, jij ziet er toch altijd goed uit!”
De vrouw moet lachen. Haar gezicht wordt vrolijker. Ze geeft de man een kus. Daarna gaat de vrouw naar haar werk.
De man heeft eigenlijk gelogen.
Liegen is niet goed. Liegen mag niet. Toch liegt ieder mens. De man uit dit verhaaltje heeft ook gelogen. Soms is het juist goed om te liegen.
In veel landen is daar een gezegde voor. In Nederland, maar ook in Syrië. Kom je uit een ander land? Is het in dat land ook een gezegde?
“Een leugentje om bestwil” is een gezegde.
Er is ook een sprookje over liegen. Het gaat over een houten poppetje. Als hij liegt dan groeit zijn neus. Het poppetje heet Pinokkio. Er is ook een film van gemaakt.

Hier kun je er meer over lezen.

Ik schrijf in eenvoudig Nederlands. Als je deze verhaaltjes niet meer per WhatsApp wilt ontvangen app dan UIT.

Positieve Energie





Terwijl ik dit schrijf luister ik naar het album ‘Positive Energy’ van de zanger Alphablondy.

Ik leerde deze zanger kennen door Boubacar, een leerling uit West-Afrika. Op mijn beurt liet ik hem kennismaken met Pink Floyd. Hij wist niet dat Alpha Blondy´s hit ‘Wish you were here’ een cover was van de Britse band en dat het origineel uit 1975 kwam. Hij vertelde mij dat hij nog vaak naar Pink Floyd luistert.

Mijn energiehuishouding is niet altijd in balans. In 2017 was ik heel moe en had ik een gebrek aan energie. Tegenwoordig heb ik soms een overdosis aan positieve energie. Ik ben dan vroeg wakker en schrijf verhaaltjes in mijn hoofd.

Over het algemeen krijg ik energie van mijn contacten met de mensen met wie ik werk. Zo spreek ik regelmatig met Fatima, een jonge vrouw uit het noorden van Syrië. Ze woonde en werkte geruime tijd in Turkije in de confectie-industrie en woont nu in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ze zit op de Entree-opleiding van het Koning Willem I College. Af en toe stuurt ze mij een appje en wil ze afspraak maken omdat ze behoefte heeft aan positieve energie. Dat ik die haar kan geven voelt voor mij als een groot voorrecht. De lach op haar gezicht geeft mij ook positieve energie. Zo werkt het twee kanten op.

Openingsvraag

Als ik binnenkom zie ik haar zitten. Ik ben wat aan de late kant en er zit iemand naast haar, een vrouw van de gemeente waar ze woont. De vrouw heet Sara. Ze is gekomen om te praten over haar taalprobleem.

Ik treuzel nog wat en loop nog even de koffieruimte in. Ik wil nog even nadenken over mijn openingsvraag. “Dag mevrouw, ik ben Reinoud. Vindt u het goed dat zij er bij is?” Ik wijs op de vrouw die naast haar zit. Haar geef ik ook een hand. Sara kijkt verschrikt op. Die vraag had ze niet verwacht en ik ook niet toen ik vanmorgen op de fiets zat. Ze kijkt naar mij en naar rechts en aarzelt nog even. Ze komt uit een ver land waar ik nog nooit bent geweest. Ze woont hier al heel wat jaartjes. Haar man was een tijdje ziek en daar had ze zorgen om. Haar dochter studeert denk ik op een HBO. Daar kom ik niet helemaal achter, maar ik voel wel dat ze erg trots is op haar.

Ik vertel haar dat we in Nederland privacy kennen en dat het niet gebruikelijk is om over je problemen te praten met iemand die jij er niet bij wilt hebben. Gelukkig stemt ze toe, want de mevrouw van de gemeente wil ook alleen maar helpen.

Een vreemde taal leren is een moeizaam proces en eindigt niet als je bent ingeburgerd. Mevrouw werkt al een aantal uren per week in een restaurant. Ik begrijp dat ze het daar naar haar zin heeft, maar ik weet niet zeker of ze een sociaal wenselijk antwoord geeft. Want zowel haar baas als zij zelf durven haar niet los te laten in de bediening. Ik snap dat wel, ik weet zelf ook niet of het verstandig is. Daarom wil ze onze taal beter leren. Dat zal moeilijk zijn, maar niks is onmogelijk.

 

Wegwijzer

Op de visitekaartjes die ik sinds 1989 verzamel staan veel verschillende namen en rollen. Soms in het Engels, soms in het Nederlands, soms in hele volzinnen en soms met onbegrijpelijke afkortingen.

“Zet maar programmamanager op je kaartje, dat staat veel hipper dan projectleider”. Monaïm Benrida van het Ministerie van OCW gaf me dat advies in 2013. We moesten even aan elkaar wennen, maar later werden we vrienden. Ik vond het een goed advies, want een project heeft een begin en een einde en een programma is nooit klaar. Toch paste het mij niet helemaal. Ook in die rol was ik zoekende en soms redelijk grenzeloos. Daarna vervulde ik weer een aantal verschillende rollen, niet allemaal even succesvol, maar vaak ook wel.

Tegenwoordig ben ik wegwijzer. Dat zit zo. Begin dit schooljaar hoorde ik een verhaal van Giel Pastoor. In de aankondiging van zijn presentatie las ik dat hij beweegstrateeg was en ik had er zin in. Op het podium bleek het een heel gewone man te zijn. Hij maakte een geweldige indruk op me, niet in de laatste plaats omdat hij zich kwetsbaar opstelde. Voor een volle zaal vertelde hij dat zijn zoon was overleden en dat hij daar verdriet over heeft. Iedereen was stil. Pastoor werkt voor het Parktheater in Eindhoven en vertelde dat hij eigenlijk directeur is. Maar wat hij wil is verwarring veroorzaken. De titel directeur schept afstand en geen verwarring en zo bedacht hij ‘beweegstrateeg’.

Weer later hoorde ik een voordracht van stadschroniqueur Eric Alink. Hij vertelde over het belang van werk voor de waardigheid van mensen in onze samenleving. Ieder mens heeft een taak in het leven, hoe groot of klein die taak ook is.

Toen wist ik wat mijn taak was: wegwijzer. Ik was dat eigenlijk altijd al, alleen wist ik het zelf nog niet. De titel schept geen verwarring, maar duidelijkheid. Ik heb ook behoefte aan duidelijkheid. Een wegwijzer past niet binnen de muren van een organisatie of een functiehuis. In managementtaal ben je dan outreachend. Je kunt ook zeggen dat ik graag mijn nek uitsteek. Met versleten nekwervels is dat soms lastig, maar ik doe het wel. Als wegwijzer heb ik gelukkig wel geleerd mijn eigen grenzen te bewaken. Want ik wijs een weg, niet dé weg. Iedereen moet zelf maar weten of hij of zij die weg volgt. Soms willen mensen aan de hand genomen worden, ik doe dat zeker, maar ik laat mensen ook weer los. Ook is er een grens aan mijn verantwoordelijkheid. Als er te veel op mijn schouders rust ga ik krom lopen en dat is niet handig voor een wegwijzer. Een wegwijzer moet immers om zich heen kunnen kijken. Een wegwijzer staat recht met zijn neus in de wind.

Déjà vu

Een déjà vu is een verschijnsel uit de psychologie; het betreft de ervaring iets mee te maken waarvan men tegelijkertijd de indruk heeft het al eerder te hebben meegemaakt.
Déjà vu is ook de naam van een album van Crosby, Stills, Nash & Young. Het verscheen in 1970 en bevat prachtige nummers als Teach your Children, Helpless en Our House.
De kerstdagen met ons gezin kende veel fijne momenten met goede gesprekken en leuke herinneringen. Op tweede kerstdag herinnerde een zoon ons aan een weekje in de Ardennen een aantal jaren geleden. “Dat was toch echt leuk”. Ik dacht toen aan een collega die zonder erbij na te denken, zijn auto voor een week uitleende, want zelf had hij hem toch niet nodig. In het handschoenenkastje lag de CD Déjà vu en die draaiden we toen dagelijks.
Op derde kerstdag was er een wandeling en een goed gesprek met een andere zoon. Daarna dronken we wat samen en luisterden we, op zijn verzoek, naar Déjà vu.

Ik voelde me gelukkig.

Bewaar ik voldoende professionele afstand?

Ik begeleid jonge mensen en ik probeer dat zo betrokken
mogelijk te doen.
In mijn begeleiding maak ik veelvuldig gebruik van WhatsApp.
Ik werk namelijk met jonge mensen die nog maar kort in Nederland zijn, de meesten zijn asielmigrant en WhatsApp is gewoon een heel functioneel communicatiemiddel. Omdat de applicatie ook op mijn computer staat en  bijna alle mensen die ik begeleid een smartphone hebben, kan ik heel makkelijk informatie delen. Zo zie ik ook mijn rol;
ik ben een wegwijzer in de Nederlandse samenleving.
Ik deel bijvoorbeeld via WhatsApp een pagina van een
school of van de overheid, vervolgens maak ik een nieuwe afspraak waarin we over de betreffende pagina kunnen praten. Zo zet ik de jongeren zelf aan het werk, want ze kunnen de informatie zelf lezen en tot zich nemen. Vaak gebeurt dat ook en hebben we tijdens de volgende afspraak een gesprek hierover. Soms gebeurt het niet en gebruik ik het volgende gesprek om hen de informatie hardop te laten voorlezen.
Door WhatsApp te gebruiken werken zij aan hun taalbeheersing en bijkomend voordeel is dat het voor mij weer snel duidelijk is waar onze afspraak ook alweer over ging, want soms ben ik vergeetachtig en ik spreek veel mensen.
Onlangs sprak een vriend mij hier op aan. “Bewaar je wel
voldoende professionele afstand?” De vraag bracht mij aan het twijfelen, want in mijn telefoon zitten meer dan 1000 contactpersonen.
Soms hebben collega’s twee telefoons, eentje voor het werk en eentje voor privé. Dat heb ik ook een tijdje gehad, maar daar werd ik echt helemaal gek van. “Maar word je dan niet overspoeld door appjes van je werk?” Mijn antwoord daarop was nee. Als ik aan mensen mijn nummer geef zeg ik er altijd bij dat de telefoon van school is. Ik zeg niet dat de telefoon ook mee naar huis gaat, maar dat doet-ie wel. De telefoon ligt in de woonkamer op de vensterbank aan de oplader en gaat niet mee de slaapkamer in. Soms krijg ik ’s-Avonds wel eens een berichtje en die beantwoord ik dan de volgende morgen.
Ik ben natuurlijk geen therapeut, maar een begeleider van jonge mensen voor wie bijna alles in onze samenleving nieuw is en die, hoe je het ook wendt of keert, een taalachterstand hebben. Deze mensen verdienen dat er iemand achter ze staat. Ik kan die rol vervullen en WhatsApp helpt me daarbij.
Heel soms krijg ik ’s-Avonds of in het weekend een appje zoals laatst van de jongen wiens mentor mij had verteld dat succeservaringen erg belangrijk voor hem zijn.
“Meneer we hebben vandaag 5-2 gewonnen ik heb 2 doelpunten gescoord”.
Als ik zo’n een appje krijg hoef ik niet na te denken of ik
met mijn antwoord wacht tot maandagmorgen.
“Goed zo jongen” appte ik terug.
 

Speech voor Jacqueline

Toon, dit is niet lullig bedoeld, maar deze speech is echt
alleen voor Jacqueline, ik zal uitleggen waarom.
Van 2008 t/m 2013 werkte ik samen met Jacqueline in de
Succesklas. Een speciale klas voor uitvallers op het MBO met als motto “omdat
iedereen ergens past”.  Met hart en ziel
begeleidden wij daar jongeren in hun soms moeizame weg naar volwassenheid en
bij die begeleiding hoorden allerlei rituelen zoals het kwaliteitenspel, het
enneagram, het innerlijk kompas en natuurlijk Het spel der spellen dat iedere
vrijdag werd gespeeld.
In die 5 jaar heb ik erg veel geleerd en heb ik ook
Jacqueline heel goed leren kennen, heel goed MOGEN leren kennen moet ik zeggen
want het was echt een voorrecht om samen te werken.
Een van de rituelen was ook de speech want als een jongere
na een aantal weken of soms maanden afscheid nam van de succesklas dan gingen
we samen in een kring zitten en kreeg deze jongere een speech en daarna groot
applaus. Zo werd het einde gemarkeerd van een periode waarin de jongere het
even niet meer wist, hulp had gekregen bij het maken van nieuwe keuzes en
verder ging naar een nieuwe levensfase.
Omdat ik in 2013 ander werk ging doen en Jacqueline nog in
de Succesklas bleef werken heb ik nooit voor Jacqueline mogen speechen. Daarom
maak ik vandaag van de gelegenheid gebruik.
Onze weg naar volwassenheid houdt nooit op en ook na de
middelbare school, het mbo, het hbo of de universiteit blijven wij leren. Want
leven is leren. Met vallen en opstaan.
Vorige week overleed Charles Aznavour. Nog maar twee jaar
geleden was Jacqueline met haar zus en moeder bij een concert van de Franse
chansonnier. Dat concert was eerst afgelast vanwege zijn gebrekkige gezondheid
maar later alsnog doorgegaan. Ik zag deze week de foto’s pas want Jacqueline en
ik zien elkaar niet meer dagelijks en het was mij destijds ontgaan dat ze
alsnog waren geweest, ik herinnerde me alleen de teleurstelling van die
afgelasting. 
Toen las een artikel met de prachtige kop Charles Aznavour
gaf lessen in liefde. Prachtig
Want ook de liefde is een kwestie van leren. En ook in de
liefde draait het om keuzes. En keuzes zijn nooit goed of fout, iedere keuze is
goed, maar soms pakken keuzes niet zo goed uit. Soms lopen dingen anders dan je
van te voren had bedacht, maar dat is niet erg, want uiteindelijk komt het
goed.
Dat zien we vandaag want wat is het mooi als je na wat
moeilijke periodes in je leven wat ouder en wijzer wordt en wat is het mooi als
je dan de liefde weer mag ontdekken.
Met terugwerkende kracht is deze speech ook voor Toon want
wat heb jij geboft met deze leuke, lieve en pittige vrouw.
Gefeliciteerd en ik wens jullie veel liefde toe.

Zomervakantie

 “Vakantie” twitterde Ivo op
donderdag 23 mei kort nadat hij zijn laatste VMBO-examen
  had gemaakt. Hij was er vrij zeker van dat
hij geslaagd was en, okee, hij moest nog een keer naar school om zijn boeken in
te leveren en natuurlijk ook om zijn diploma op te halen, maar de MBO-opleiding
van zijn keuze zou pas op maandag 26 augustus beginnen. Ruim drie maanden
zomervakantie. Drie maanden!

Denk je eens in, 16 jaar en
drie maanden niks doen. Met de huidige jeugdwerkloosheid liggen ook de
vakantiebaantjes niet voor het oprapen en met je vrienden een weekje naar
Lloret de Mar of Renesse is leuk, maar thuis wacht weer die lange
zomervakantie. Een periode van uitslapen, rondhangen en eindeloos relaxen breekt
aan.

Het is vreemd dat naarmate
kinderen ouder worden hun zomervakanties steeds langer worden. Op de
basisschool krijgen ze zes weken en, in het voortgezet onderwijs zelfs zeven.
Op papier dan, want op veel scholen is de laatste toetsweek vaak al twee weken
voor het officiële begin van de vakantie. Afhankelijk van de regionale
vakantiespreiding heeft een leerling die VMBO-examen doet zelfs iets meer of
iets minder dan drie maanden vakantie. Drie maanden lang is de leerling dus
niet in beeld als leerling. Niet bij het VMBO en ook niet bij het MBO.

In die drie maanden kan er
een hoop gebeuren. Het merendeel van de leerlingen slaagt voor het examen en
vervolgt na die lange zomervakantie zijn schoolcarrière op de HAVO of in het
MBO. Maar er zijn ook leerlingen die in de zomervakantie 18 worden en die geen
zin meer hebben in school, er zijn leerlingen waarvan in de zomervakantie hun
vader of moeder overlijdt, leerlingen die een ongeluk krijgen, leerlingen die
op het laatste moment toch besluiten een andere studierichting te kiezen,
leerlingen die het opeens allemaal niet zien zitten, leerlingen die zich op
drie verschillende ROC’s hebben ingeschreven en ook leerlingen die zich ondanks
de inspanningen van hun mentor en decaan nog in het geheel niet hebben aangemeld
voor een vervolgopleiding.

Die lange zomervakantie
levert dus altijd een aantal voortijdig schoolverlaters op en op het Ministerie
noemt men dit verschijnsel het Zomerlek.

In de regio ’s-Hertogenbosch
proberen we dit zomerlek te dichten met het programma VSV-manager. Het is een eenvoudig systeem dat de professionals
van het VMBO en het MBO bij elkaar heeft gebracht. De decanen van 12 VMBO’s
voeren allemaal de zelfde administratie. Ze wijzen sommige leerlingen aan als risicoleerling en er zijn twee brugwachters die samen met leerplicht
meekijken en actie ondernemen als dat nodig is.

Het zomerlek zal nooit
helemaal gedicht worden en het is ook nooit helemaal te voorkomen dat
leerlingen een verkeerde studiekeuze maken. Uitvallers op het MBO zullen er
altijd blijven en daarvoor hebben we op het Koning Willem I College gelukkig de
Succesklas.

Natuurlijk heeft iedere regio
zijn eigen systeem of project en dat is prima. Waar het bij de overstap
VMBO-MBO uiteindelijk om draait is een regionale betrokkenheid en een gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid.

Ik wens iedereen een fijne
zomervakantie!



Mijn column “zomervakantie” verscheen op de website www.aanvalopschooluitval.nl van het Ministerie van OC en W.