Duncan heeft gewonnen

Vanmorgen was ik om 6.00 wakker. Toen las ik dat Nederland het songfestival heeft gewonnen. Ik was blij. De laatste keer dat Nederland had gewonnen was in 1975. Ik was toen 10 jaar. Ik heb dat die avond in 1975 niet gezien. Mijn ouders waren namelijk 12,5 jaar getrouwd en gaven een feest.

De zanger die dit jaar meedeed voor Nederland heet Duncan Laurance. “Dat is toch helemaal geen Nederlandse naam” dacht ik. Vervolgens keek ik op Wikipedia. Als ik iets wil weten kijk ik meestal daar. Toen las ik dat Duncan geboren is in 1994 in Spijkenisse. Spijkenisse ligt vlak bij Rotterdam. Spijkenisse ligt dus in Nederland. Duncan Laurance heet eigenlijk Duncan de Moor. Hij veranderde zijn naam voor zijn carrière. Duncan Laurance is zijn artiestennaam.

Ik vind het grappig dat iemand zijn Nederlandse achternaam veranderd in een buitenlandse achternaam. Misschien dacht hij: “Met een buitenlandse achternaam heb ik meer succes”.

Dat is een mooie gedachte. Ik ken heel veel mensen met een buitenlandse achternaam. Veel van hen kunnen wel een beetje succes gebruiken.

Fijne zondag!

Als je mijn verhaaltjes niet wilt ontvangen per WhatsApp, app dan UIT.

Verder lezen over Duncan Laurance

Verder lezen over het Eurovisie Songfestival

Het winnende liedje van 2019

Het winnende liedje van 1975

Verantwoordelijkheid

De verwarming staat aan, want wat was het koud bij “Get Together for Freedom”. Namens het Koning Willem I College, maar ook namens mezelf, was ik daar om stil te staan bij de vrijheid en daarover samen het gesprek te voeren. Nanne Scholtens, huishoudelijke hulp bij IVT Thuiszorg was ook van de partij net als Jack Mikkers, Jan de Wit en natuurlijk NAC-supporter Bart de Feter.

Bart vertelde eerlijk hoe moeilijk het is om als Bredanaar Bosschenaar te worden. Maar hij vertelde ook dat het uiteindelijk toch gelukt is. Ik kan daar over mee praten. Mijn integratie in Den Bosch startte in 1991 toen ik hier toevallig kwam wonen.

Uiteraard was ook Osman Çifçi van de partij. Osman is een geboren en getogen Bosschenaar, toch krijgt hij op Social Media vaak te horen dat hij een KUTTURK is omdat hij zich uitspreekt. Osman neemt zijn verantwoordelijkheid als bestuurslid van het festival.  Samen met anderen levert hij zijn bijdrage om iedereen zich welkom te laten voelen.

Welkom voelde ik me zeker. Niet alleen door de leuke en goede gesprekken aan tafel. Maar ook vanwege het lekkere eten. Catrien Kuijpers en Omar Sbeini waren daar verantwoordelijk voor en ze werden geholpen door jonge statushouders en Nederlandse tieners.

“Zo leuk om te doen” aldus Catrien.

Eus Akyol sprak over de verantwoordelijkheid die hij heeft als columnist die zich durft uit te spreken. Ik was onder de indruk van zijn ontspannen en oprechte praatje. Ik las zojuist dat dit ook geen gewoon praatje was , maar een heus vrijheidscollege. Je moet maar durven als supporter van Go Ahead Eagles in de stad waar FC Den Bosch vandaan komt.

Tot 22 mei Eus.

Catrien en Omar dank voor het lekkere eten. Osman dank voor de hartelijke ontvangst.

Heeft u iets te vieren of organiseert u een lunch of diner? Denk dan eens aan www.babaganoushcatering.nl

Vrijheid

4 en 5 mei zijn belangrijke dagen in Nederland.

Op 5 mei 1945 eindigde in ons land de Tweede Wereldoorlog. Dat is volgend jaar 75 jaar geleden. Op die dag werd Nederland bevrijd van de Duitse bezetter. Nu is het een Nationale Feestdag. We staan stil bij onze waarden: vrijheid, democratie en mensenrechten.

Op 4 mei is de Nationale dodenherdenking. Om 8 uur ‘s-avonds zijn we dan 2 minuten stil. In Amsterdam worden kransen gelegd bij het Monument op de Dam door Koning Willem Alexander en zijn vrouw Maxima. Overal in het land zijn bijeenkomsten en worden de doden herdacht.

5 mei is een Nationale Feestdag. In het hele land zijn festivals.

In ’s-Hertogenbosch waar ik woon is het bevrijdingsfestival. Hopelijk is het mooi weer.

’s-Hertogenbosch werd overigens al bevrijd in oktober 1944. In de winter van 1944 op 1945 was het westen van ons land nog niet bevrijd. Eten en drinken waren schaars en we noemen deze winter de Hongerwinter. De schrijver Jan Terlouw schreef er een mooi boek over.

In andere Europese landen wordt 8 mei of 9 mei aangehouden als bevrijdingsdag.

Verder lezen op Wikipedia?

Bevrijdingsdag

Nationale Dodenherdenking

Hongerwinter

Ik schrijf in eenvoudig Nederlands. Als je deze verhaaltjes niet meer per WhatsApp wilt ontvangen app dan UIT.

Ton Fassbender uit Eerde de ware Klassiekerking

 “Als ik die Fuglsang in mijn ploeg had opgenomen, dan had ik misschien de Klassiekerking 2019 wel gewonnen.” Dit dacht ik toen ik een Belgisch biertje opentrok om de finale van Luik-Bastenaken-Luik te kijken. Maar als bestaat niet in de topsport en dus ook niet in de Klassiekerking. Ik had Fuglsang niet in mijn ploeg opgenomen.
 
Tijdens L-B-L moet ik altijd denken aan de historische woorden van vriend Hans die inmiddels al bijna 14 jaar geleden overleed. Op mijn vraag wie Luik-Bastenaken had gewonnen antwoordde hij “Luik, met 2-1”
 
Nu het klassieke voorjaar en daarmee ook de Klassiekerking  is afgelopen  moeten we weer wachten tot 29 februari 2020 als de Omloop het Nieuwsblad wordt verreden. Mijn voorbereidingen voor het nieuwe jaar zijn zojuist begonnen met een eerste shortlist.
 
Maar op dit moment vraag ik me vooral af wie de KlassiekerKing 2019 heeft gewonnen. Ton Fassbender laat ons nog in spanning en maakt de uitslag pas morgenavond bekend. Het vermoeden bestaat dat we met een Klassiekerqueen te maken hebben.
 
Maar voor mij is de ware Klassiekerking van dit voorjaar niet Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe of Jakob Fuglsang. En ook niet de winnaar van deze mooie competitie. 
 
De held van het voorjaar is natuurlijk Ton Fassbender. Hij organiseerde dit jaar voor de tiende keer op rij de KW1C-Klassiekerking.
 
Ton bedankt!

Pinokkio

Schat, zie ik er goed uit?”

Dat is een vraag van een vrouw aan haar man. De vrouw heeft slecht geslapen. Toch gaat de vrouw naar haar werk. Ze heeft zich mooi aangekleed. Ze heeft haar gezicht opgemaakt.
De man ziet dat de vrouw moe is. De man weet dat de vrouw slecht geslapen heeft. De man weet ook dat het soms moeilijk is op haar werk.
De man zegt: “Schat, jij ziet er toch altijd goed uit!”
De vrouw moet lachen. Haar gezicht wordt vrolijker. Ze geeft de man een kus. Daarna gaat de vrouw naar haar werk.
De man heeft eigenlijk gelogen.
Liegen is niet goed. Liegen mag niet. Toch liegt ieder mens. De man uit dit verhaaltje heeft ook gelogen. Soms is het juist goed om te liegen.
In veel landen is daar een gezegde voor. In Nederland, maar ook in Syrië. Kom je uit een ander land? Is het in dat land ook een gezegde?
“Een leugentje om bestwil” is een gezegde.
Er is ook een sprookje over liegen. Het gaat over een houten poppetje. Als hij liegt dan groeit zijn neus. Het poppetje heet Pinokkio. Er is ook een film van gemaakt.

Hier kun je er meer over lezen.

Ik schrijf in eenvoudig Nederlands. Als je deze verhaaltjes niet meer per WhatsApp wilt ontvangen app dan UIT.

Positieve Energie





Terwijl ik dit schrijf luister ik naar het album ‘Positive Energy’ van de zanger Alphablondy.

Ik leerde deze zanger kennen door Boubacar, een leerling uit West-Afrika. Op mijn beurt liet ik hem kennismaken met Pink Floyd. Hij wist niet dat Alpha Blondy´s hit ‘Wish you were here’ een cover was van de Britse band en dat het origineel uit 1975 kwam. Hij vertelde mij dat hij nog vaak naar Pink Floyd luistert.

Mijn energiehuishouding is niet altijd in balans. In 2017 was ik heel moe en had ik een gebrek aan energie. Tegenwoordig heb ik soms een overdosis aan positieve energie. Ik ben dan vroeg wakker en schrijf verhaaltjes in mijn hoofd.

Over het algemeen krijg ik energie van mijn contacten met de mensen met wie ik werk. Zo spreek ik regelmatig met Fatima, een jonge vrouw uit het noorden van Syrië. Ze woonde en werkte geruime tijd in Turkije in de confectie-industrie en woont nu in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ze zit op de Entree-opleiding van het Koning Willem I College. Af en toe stuurt ze mij een appje en wil ze afspraak maken omdat ze behoefte heeft aan positieve energie. Dat ik die haar kan geven voelt voor mij als een groot voorrecht. De lach op haar gezicht geeft mij ook positieve energie. Zo werkt het twee kanten op.

Openingsvraag

Als ik binnenkom zie ik haar zitten. Ik ben wat aan de late kant en er zit iemand naast haar, een vrouw van de gemeente waar ze woont. De vrouw heet Sara. Ze is gekomen om te praten over haar taalprobleem.

Ik treuzel nog wat en loop nog even de koffieruimte in. Ik wil nog even nadenken over mijn openingsvraag. “Dag mevrouw, ik ben Reinoud. Vindt u het goed dat zij er bij is?” Ik wijs op de vrouw die naast haar zit. Haar geef ik ook een hand. Sara kijkt verschrikt op. Die vraag had ze niet verwacht en ik ook niet toen ik vanmorgen op de fiets zat. Ze kijkt naar mij en naar rechts en aarzelt nog even. Ze komt uit een ver land waar ik nog nooit bent geweest. Ze woont hier al heel wat jaartjes. Haar man was een tijdje ziek en daar had ze zorgen om. Haar dochter studeert denk ik op een HBO. Daar kom ik niet helemaal achter, maar ik voel wel dat ze erg trots is op haar.

Ik vertel haar dat we in Nederland privacy kennen en dat het niet gebruikelijk is om over je problemen te praten met iemand die jij er niet bij wilt hebben. Gelukkig stemt ze toe, want de mevrouw van de gemeente wil ook alleen maar helpen.

Een vreemde taal leren is een moeizaam proces en eindigt niet als je bent ingeburgerd. Mevrouw werkt al een aantal uren per week in een restaurant. Ik begrijp dat ze het daar naar haar zin heeft, maar ik weet niet zeker of ze een sociaal wenselijk antwoord geeft. Want zowel haar baas als zij zelf durven haar niet los te laten in de bediening. Ik snap dat wel, ik weet zelf ook niet of het verstandig is. Daarom wil ze onze taal beter leren. Dat zal moeilijk zijn, maar niks is onmogelijk.

 

Wegwijzer

Op de visitekaartjes die ik sinds 1989 verzamel staan veel verschillende namen en rollen. Soms in het Engels, soms in het Nederlands, soms in hele volzinnen en soms met onbegrijpelijke afkortingen.

“Zet maar programmamanager op je kaartje, dat staat veel hipper dan projectleider”. Monaïm Benrida van het Ministerie van OCW gaf me dat advies in 2013. We moesten even aan elkaar wennen, maar later werden we vrienden. Ik vond het een goed advies, want een project heeft een begin en een einde en een programma is nooit klaar. Toch paste het mij niet helemaal. Ook in die rol was ik zoekende en soms redelijk grenzeloos. Daarna vervulde ik weer een aantal verschillende rollen, niet allemaal even succesvol, maar vaak ook wel.

Tegenwoordig ben ik wegwijzer. Dat zit zo. Begin dit schooljaar hoorde ik een verhaal van Giel Pastoor. In de aankondiging van zijn presentatie las ik dat hij beweegstrateeg was en ik had er zin in. Op het podium bleek het een heel gewone man te zijn. Hij maakte een geweldige indruk op me, niet in de laatste plaats omdat hij zich kwetsbaar opstelde. Voor een volle zaal vertelde hij dat zijn zoon was overleden en dat hij daar verdriet over heeft. Iedereen was stil. Pastoor werkt voor het Parktheater in Eindhoven en vertelde dat hij eigenlijk directeur is. Maar wat hij wil is verwarring veroorzaken. De titel directeur schept afstand en geen verwarring en zo bedacht hij ‘beweegstrateeg’.

Weer later hoorde ik een voordracht van stadschroniqueur Eric Alink. Hij vertelde over het belang van werk voor de waardigheid van mensen in onze samenleving. Ieder mens heeft een taak in het leven, hoe groot of klein die taak ook is.

Toen wist ik wat mijn taak was: wegwijzer. Ik was dat eigenlijk altijd al, alleen wist ik het zelf nog niet. De titel schept geen verwarring, maar duidelijkheid. Ik heb ook behoefte aan duidelijkheid. Een wegwijzer past niet binnen de muren van een organisatie of een functiehuis. In managementtaal ben je dan outreachend. Je kunt ook zeggen dat ik graag mijn nek uitsteek. Met versleten nekwervels is dat soms lastig, maar ik doe het wel. Als wegwijzer heb ik gelukkig wel geleerd mijn eigen grenzen te bewaken. Want ik wijs een weg, niet dé weg. Iedereen moet zelf maar weten of hij of zij die weg volgt. Soms willen mensen aan de hand genomen worden, ik doe dat zeker, maar ik laat mensen ook weer los. Ook is er een grens aan mijn verantwoordelijkheid. Als er te veel op mijn schouders rust ga ik krom lopen en dat is niet handig voor een wegwijzer. Een wegwijzer moet immers om zich heen kunnen kijken. Een wegwijzer staat recht met zijn neus in de wind.

Déjà vu

Een déjà vu is een verschijnsel uit de psychologie; het betreft de ervaring iets mee te maken waarvan men tegelijkertijd de indruk heeft het al eerder te hebben meegemaakt.
Déjà vu is ook de naam van een album van Crosby, Stills, Nash & Young. Het verscheen in 1970 en bevat prachtige nummers als Teach your Children, Helpless en Our House.
De kerstdagen met ons gezin kende veel fijne momenten met goede gesprekken en leuke herinneringen. Op tweede kerstdag herinnerde een zoon ons aan een weekje in de Ardennen een aantal jaren geleden. “Dat was toch echt leuk”. Ik dacht toen aan een collega die zonder erbij na te denken, zijn auto voor een week uitleende, want zelf had hij hem toch niet nodig. In het handschoenenkastje lag de CD Déjà vu en die draaiden we toen dagelijks.
Op derde kerstdag was er een wandeling en een goed gesprek met een andere zoon. Daarna dronken we wat samen en luisterden we, op zijn verzoek, naar Déjà vu.

Ik voelde me gelukkig.

Bewaar ik voldoende professionele afstand?

Ik begeleid jonge mensen en ik probeer dat zo betrokken
mogelijk te doen.
In mijn begeleiding maak ik veelvuldig gebruik van WhatsApp.
Ik werk namelijk met jonge mensen die nog maar kort in Nederland zijn, de meesten zijn asielmigrant en WhatsApp is gewoon een heel functioneel communicatiemiddel. Omdat de applicatie ook op mijn computer staat en  bijna alle mensen die ik begeleid een smartphone hebben, kan ik heel makkelijk informatie delen. Zo zie ik ook mijn rol;
ik ben een wegwijzer in de Nederlandse samenleving.
Ik deel bijvoorbeeld via WhatsApp een pagina van een
school of van de overheid, vervolgens maak ik een nieuwe afspraak waarin we over de betreffende pagina kunnen praten. Zo zet ik de jongeren zelf aan het werk, want ze kunnen de informatie zelf lezen en tot zich nemen. Vaak gebeurt dat ook en hebben we tijdens de volgende afspraak een gesprek hierover. Soms gebeurt het niet en gebruik ik het volgende gesprek om hen de informatie hardop te laten voorlezen.
Door WhatsApp te gebruiken werken zij aan hun taalbeheersing en bijkomend voordeel is dat het voor mij weer snel duidelijk is waar onze afspraak ook alweer over ging, want soms ben ik vergeetachtig en ik spreek veel mensen.
Onlangs sprak een vriend mij hier op aan. “Bewaar je wel
voldoende professionele afstand?” De vraag bracht mij aan het twijfelen, want in mijn telefoon zitten meer dan 1000 contactpersonen.
Soms hebben collega’s twee telefoons, eentje voor het werk en eentje voor privé. Dat heb ik ook een tijdje gehad, maar daar werd ik echt helemaal gek van. “Maar word je dan niet overspoeld door appjes van je werk?” Mijn antwoord daarop was nee. Als ik aan mensen mijn nummer geef zeg ik er altijd bij dat de telefoon van school is. Ik zeg niet dat de telefoon ook mee naar huis gaat, maar dat doet-ie wel. De telefoon ligt in de woonkamer op de vensterbank aan de oplader en gaat niet mee de slaapkamer in. Soms krijg ik ’s-Avonds wel eens een berichtje en die beantwoord ik dan de volgende morgen.
Ik ben natuurlijk geen therapeut, maar een begeleider van jonge mensen voor wie bijna alles in onze samenleving nieuw is en die, hoe je het ook wendt of keert, een taalachterstand hebben. Deze mensen verdienen dat er iemand achter ze staat. Ik kan die rol vervullen en WhatsApp helpt me daarbij.
Heel soms krijg ik ’s-Avonds of in het weekend een appje zoals laatst van de jongen wiens mentor mij had verteld dat succeservaringen erg belangrijk voor hem zijn.
“Meneer we hebben vandaag 5-2 gewonnen ik heb 2 doelpunten gescoord”.
Als ik zo’n een appje krijg hoef ik niet na te denken of ik
met mijn antwoord wacht tot maandagmorgen.
“Goed zo jongen” appte ik terug.